Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 vonden wij geen aanknopingspunten, noch voor de hypertrophie, welke in enkele gevallen gevonden werd, noch voor de myocarditis en spierdegeneraties, welke het histologisch onderzoek aan het licht brachten. Dat een totale hypertrophie uit het E.C.G. niet gelezen kan worden, behoeft ons natuurlijk niet te verwonderen (Dressler) 90).

Kat 3 heeft een maand na de operatie ventriculaire extrasvstolen met rechtsoverheersing; na 3 maanden auriculaire extrasystolen. De vorm van het E.C.G. en speciaal de hoogte van de uitslagen van P en R zijn bij de verschillende opnamen zeer wisselend.

Kat 5 vertoont in het E.C.G. vóór de operatie, afwisselend een normaal complex en een Tawara-complex. Na 3 maanden zijn de T toppen wat vlakker geworden. Bij links hypertrophie komt dit voor; echter ook zonder hypertrophie kan dit verschijnsel aanwezig zijn.

Kat 9. De vormen van het E.C.G. wisselen zeer. Hypertrophie der atria is niet uit het E.C.G. te lezen. Vergroting der P top (veelal aangezien als hypertrophie der atria 91) is in ieder geval niet aanwezig; de P toppen worden kleiner. Bij kat 10 wisselt de vorm van het E.C.G. zeer; verder is er niets over te vermelden.

Kat 17 vertoont een sterke wisseling in de vormen van het E.C.G. Verder is er niets uit te lezen.

Kat 23: de P top wisselt zeer sterk.

Kat 24 heeft weer een sterke wisseling in de vorm van het E.C.G. Na 7 weken extrasystolen, hun oorsprong hebbend in de linkerventrikel en een enkele rechts extrasystole. Na 3 maanden weer normaal E.C.G.

De celinfiltraten, welke wij in bijna al de harten aangetroffen hebben en die toch wel met myocarditis betiteld mogen worden, geven geen kenmerkende veranderingen van het E.C.G.

Wanneer wij deze gegevens overzien, dan kan de conclusie niet anders zijn dan dat bij normale katten het E.C.G. zeer wisselend is. Met de door ons gebruikte methode werden geen aanwijzingen verkregen, welke een verband mogelijk maken tussen de gegevens, die de sectie met het histologisch onderzoek opleverden en de electrocardiogrammen bij deze dieren opgenomen.

»») W. Dressler: l.c. blz. 31. 81) W. Dressler: l.c. blz. 29 en 30.

Sluiten