Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te krijgen. Een hond van ongeveer 10 Kg krijgt 3 mgr morphine-HCl per Kg subcutaan. Na een half uur wordt hij met 60 mgr per Kg evipan, opgelost in 0.2 normaal NaOH, in narcose gebracht (intraperitoneaal). Op de bekende wijze wordt nu de kunstmatige hartlong-circulatie aangebracht. Gedurende één uur laten wij het hart kloppen om er volkomen zeker van te zijn, dat het hart onder constante verhoudingen werkt 10°).

Daarna wordt aan de rechterzijde (halverwege de punt en sulcus corcnarius) een tabakszaknaad gelegd om een in het pericardium gemaakte opening van ongeveer V2 cm. Aan de linkerzijde ter zelfder hoogte wordt eveneens een kleine opening geknipt. Met behulp van een vinder wordt hier een draad doorheen gehaald. Een vingercondoom wordt met een ligatuur luchtdicht aan de canule van een manometer van Frank-Petter bevestigd; aan het andere einde wordt een draad om het condoom geknoopt. De vloeistof wordt geheel uit het condoom verwijderd. Beide draden worden aan elkaar geknoopt en vervolgens wordt het condoom voorzichtig door middel van de draad tussen hart en pericardium getrokken. De draad van de tabakszaknaad wordt nu om de canule van de manometer geknoopt. Het condoom wordt, voorzover het aan de andere zijde buiten het pericardium uitsteekt, afgebonden.

Een T buis, in de arteriële slang van het „Starling-apparaat", is verbonden aan een kwik-manometer; hiermede wordt de arteriële bloedsdruk geregistreerd. Naast de manometer van Frank-Petter en de kwikmanometer worden op het kymographion nog de tijd in 10 seconden, en de hoeveelheid bloed, welke door de kunstmatige aorta gaat (in 100 cc) aangegeven 101). Een recordspuit van 5 cc, aan de manometer van Frank-Petter bevestigd, stelt ons in staat een nauwkeurig bekende hoeveelheid vloeistof in de manometer, d.w.z. in het condoom te brengen.

Na het inbrengen van het condoom laten wij het hart nog ongeveer 10 minuten kloppen, terwijl ondertussen het kymographion langzaam draait. De bloedsdruk, het minutenvolume en de tijd worden geregistreerd, terwijl de wijzer van de manometer van Frank-Petter een

10°) Starling en Visser; geciteerd door A. Rühl: Ueber den Gasstoffwechsel des insuffizienten Herzens. Arch. f. exp. Path. u. Pharm. Bd. 172 (1933). blz. 570.

101) N. E. Condon: A magnet-tipper for recording outflow. J. of Physiol. Proc. dl. 46, 1913.

Sluiten