Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe. Ook in de publicaties van E. J. van Liere 110), die een zeer sterke dilatatie na pericardresectie vooral bij anoxemia vond, en in de publicaties van zijn medewerkers Allen 111), Crisler U1) en anderen vinden wij tenslotte deze functie aan het pericardium toegeschreven.

Zoals wij reeds vermeld hebben, beschouwt Wallraff 112) eveneens het pericardium als een beschermend orgaan, maar daarnaast is het toch ook een „Ausglich- und Federungseinrichtung". Omdat het elastisch is, kan het hart zelf (!) de grootte van zijn diastolische vulling bepalen.

Naast deze „beschermende" functie wordt het pericardium ook een „actievere" functie toegedacht. Terwijl het pericardium meestal binnen de „physiologische dilatatiegrens" ligt (optimal volume van Starling.) (Aangetoond door Bijlsma en Le Heux 113), Rössler en Unna lls), W. Felix 113) ) vonden Bijlsma en Le Heux toch herhaaldelijk, dat een hart met pericardium tot grotere prestaties in staat was dan een hart zender pericardium; (ook Kuno 113) vond het wel eens). Om dit verschijnsel te kunnen verklaren, voerden zij het begrip „aanvangsdrukreservekracht" in.

Volgens Hauffe 113) is het hart met pericardium een éénheid, welke hij vergelijkt met een „Membran-, Saug- und Druckpumpe". Er zijn tegen zijn opvatting zoveel bezwaren aan te voeren (zie hiervoor b.v. Pfuhl 114)), dat wij deze aan het pericardium toegedachte functie, maar stilzwijgend voorbij gaan.

Böhme schrijft het pericardium een functie toe, welke enigermate gelijkt op die van Hauffe; echter ontwikkelt hij zijn gedachte gematigder en houdt rekening met door anderen waargenomen feiten. Op grond van röntgenologische waarnemingen vormt hij zijn theorie. Hij kent het hart een actieve zuigkracht toe en schrijft dan:

110) Een van de hoofdfuncties van het pericardium schijnt te zijn het verhinderen van een te grote dilatatie van het hart, onder omstandigheden waarbij een toelangrijke veneuze drukverhoging optreedt. (Am. J. of Physiol. 81 (1927) blz. 512).

m) Am. J. of Physiology Bd. 83, 93 en 94. (1927 en 1930).

112) J. Wallraff: l.c. blz. 422.

"3) l.c.

114) W. Pfuhl: Anat. anz. 67, 68 en 69 (1929 en 1930). Pfuhl geeft als functies van het pericardium aan:

1 Bescherming van het hart tegen overrekking.

2 Vaste ligging van het hart.

3 Glijinrichting.

4 Lymphruimte.

Sluiten