Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tekenis; of de atria wat beter of slechter functioneren is voor het minutenvolume van het hart niet zo belangrijk. Uit de kliniek is bekend, dat patienten met atriumwoelen toch nog een hart kunnen hebben, dat behoorlijk aan de er aan te stellen eisen voldoen kan.

Het begrip „aanvangsdrukreservekracht" dient hier aan een nadere beschouwing onderworpen te worden.

In de eerste plaats hebben wij kunnen aantonen, dat dit begrip niet exclusief voor de hartspier bestaat, ook ander dwarsgestreept spierweefsel gedraagt zich als hartspierweefsel op dit punt.

Zodra de veneuze druk boven de o mM ten opzichte van de omgeving stijgt, zal dit verschijnsel, wanneer het pericardium nauw om het hart aansluit, optreden. De „negatieve druk" in de thorax is meestal ongeveer 10-15 Hg (Adamkiewiez en Jacobson 1S9) ), terwijl deze in het pericardium 3-5 mM Hg bedraagt. In ieder geval heerst in het pericardium (en dus in de venae cavae (zie hoofdstuk VII) een overdruk ten opzichte van zijn omgeving. En daar het pericardium (zoals wij bewezen hebben) nauw om het hart sluit, wordt het toch wel waarschijnlijk, dat de „aanvangsdrukreservekracht" ook onder normale omstandigheden een rol speelt. Bovendien geeft verwijdering van het pericardium een hypertrophie, hetgeen als bewijs kan dienen. Dit alles wijst er dus wel op, dat de „aanvangsdrukreservekracht" ook in normale omstandigheden zijn werking uitoefent; daarom lijkt het ons beter om het woord, dat het verschijnsel „aanvangsdrukreservekracht" beschrijft, te vervangen door een ander. Immers een reservekracht is dit verschijnsel niet (het bestaat ook onder normale omstandigheden). Daar het pericardium aan het hart een steun verleent, terwijl het de druk van het hart tegen het pericardium is, die het hart met pericardium tot grotere prestaties in staat stelt dan het hart zonder pericardium, stellen wij voor, om het mechanisme, door Bijlsma en Le Heux het eerst bij het hart beschreven, met de naam van steundruk aan te geven.

Deze steundruk speelt in het normale leven een rol; tevens wijzen verschillende verschijnselen er op, dat de steundruk voor het hart, wanneer zijn grootte gedurende enige tijd niet verandert, constant is. Voor de constante steundruk is een vereiste, dat een „plastisch" verschijnsel van het pericardium gesuperponeerd is op een „elastisch" verschijnsel.

13fi) A. Adamkiewiez en H. Jacobson: l.c.

Sluiten