Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de eerste plaats geven de proeven in vitro gedaan (hoofdstuk IV) een argument voor de constante steundruk. Wanneer op het pericardium een kracht uitgeoefend wordt, dan zien wij naast een „elastisch een „plastisch' verschijnsel optreden. Het pericardium wil zich a.h.w. onttrekken aan de te grote kracht, welke er op uitgeoefend wordt.

In de tweede plaats leveren de „Starling-proeven", met honden gedaan (beschreven in hoofdstuk VII), o.i. een krachtig bewijs in deze richting.

Een ander argument, om aan te tonen, dat het pericardium wel „plastisch" moet veranderen, levert de volgende redenering op:

Uit proeven weten wij, dat het volume van een hart van de kat in korte tijd (binnen de 24 uur) met 20°/o toe kan nemen. De volgende berekening leert ons, dat de veneuze druk een ongehoord hoge waarde zou moeten bereiken, wanneer deze uitrekking van het pericardium alleen „elastisch" zou moeten zijn.

Voor een strookje, dat gerekt wordt, geldt:

j' = g waarin 1 de lengte, E de elasticiteitsmodulus, g de

kracht in grammen, waarmede het gerekt wordt, b de breedte en d de

dikte van het strookje is. is dus de kracht, welke per eenheid van

b d r

oppervlakte werkt.

Voor een bol, waarin lucht geperst is, geldt, dat op het middelvlak een kracht werkt, welke uitgedrukt kan worden door de volgende formule:

K = p x r2 13.6, waarin K de kracht, p de druk in cm kwik en r de straal van de bol is.

Wanneer de dikte van de wand van de bol d is, dan werkt deze kracht dus op een oppervlakte van 2 x r d. Per eenheid van oppervlakte is dus de kracht, die er op werkt.

K' — K _ 13.6 rp ~ 2 xrd " 2 d

Wanneer dan per oppervlakte-eenheid van het strookje een gelijke belasting gegeven wordt als van de ring, dan mogen wij schrijven:

g _ 13^5 rp bd 2 ' d

In dat geval geldt A - = ^_I

Sluiten