Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONDERZOEK VAN DE VERSCHILLENDE GEVALLEN.

Geval 1.

Onderzocht aan het Instituut voor Parasitaire- en Infectieziekten onder No. 542. Zwartbonte koe, drie jaar oud.

Het dier verkeert in goeden voedingstoestand, maakt een volkomen gezonden indruk, eet en herkauwt normaal. Er bestaat een lichte diarrhee.

Klinisch onderzoek: P. 70, A. 18, T. 38.5°.

Slijmvliezen zijn normaal van kleur; geen klierzwelling, geen oedeem is aanwezig in de keelgang. De faeces zijn iets dun, maar toch goed gebonden en zonder slijm.

Faecesonderzoek is bij herhaling negatief en wel op verschillende dagen. Ook het afkrabsel van het slijmvlies van het rectum is negatief.

De ophthalmoreactie (tuberculine) is negatief.

Intradermale Johnine reactie:

Totale toename van de huiddikte is ruim 15 m.M., pijnlijk en warm, de reactie is dus duidelijk positief.

Het rund wordt op 10 Juni 1931 geslacht:

In de buikholte bevindt zich geen abnormale vloeistofophooping. De ligging van de buikingewanden is normaal. Het buikvlies is glad, glanzend, vochtig en doorschijnend. De magen zijn op normale wijze met voedsel gevuld en uitwendig noch inwendig is aan het slijmvlies eenige verandering te zien.

Bij uitwendige beschouwing van den darm, blijkt deze over de geheele lengte van het dunne darmkanaal een verdikten wand te bezitten. Na openknippen van den darm wordt een waterdunnen inhoud aangetroffen, gemengd met bloed en slijm.

Vooral in den dunnen darm blijkt de mucosa belangrijk verdikt te zijn, zoodat een sterke, onregelmatige plooivorming is ontstaan, die niet verstrijkbaar is, met hier en daar een vlekkige roodheid, gelocaliseerd op de kammen van de plooien.

Sluiten