Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het rund wordt geslacht op 4 September 1931.

Bij uitwendige beschouwing van het darmkanaal blijken alleen de dunne darmen een belangrijk verdikten wand te bezitten. De mesenteriale lymphklieren zijn gezwollen en troebel, melkachtig vocht vloeit af van de sneevlakte. Bij openknippen wordt overal een waterdunnen inhoud aangetroffen. De mucosa van den dunnen darm is sterk verdikt en geplooid, terwijl hier en daar een vlekkige roodheid wordt gezien, gelocaliseerd op de kammen van de plooien. Uitstrijkjes van de darmmucosa, gekleurd volgens Ziehl-Neelsen en van de sneevlakte der mesenteriale lymphklieren geven slechts enkele alleenliggende fijne zuurvaste staafjes te zien.

Na rotting van den darm en fijnwrijven met phys. NaCl-oplossing en uitschudden met ligroïne worden enkele zuurvaste bacillen gevonden, welke zeer fijn en bijzonder klein zijn. De overige organen vertoonen geen bijzondere afwijkingen.

Microscopie.

De dunne darm geeft het gewone beeld van paratuberculose te zien, waarbij de epithelioide cellen hoofdzakelijk in hoopjes in de oppervlakkige mucosagedeelten worden gevonden. Ook een klein aantal reuzencellen is in deze gebieden te vinden. De Lieberkühnsche klieren zijn onregelmatig geplaatst en blijkbaar verminderd in aantal; sommige vertoonen lichte cysteuze veranderingen.

De muscularis mucosae is zeer onregelmatig, vaak verdikt en geïnfiltreerd, vooral ter plaatse van de plooien.

De submucosa is in bepaalde gedeelten vrij sterk geïnfiltreerd, soms oedemateus; in het infiltraat komen groepjes epithelioide en reuzencellen voor. Ook verschijnselen van lymphangitis paratuberculosa en perivasculaire infiltratie worden waargenomen. In volgens Ziehl-Neelsen gekleurde coupes worden de korte zuurvaste bacillen, in vrij groot aantal gevonden, vooral in de oppervlakkige mucosa, bovendien hier en daar in de submucosa, op deze laatste plaats echter slechts in klein aantal, niet evenredig aan de veranderingen (o.a. lymphangitis).

De mesenteriale lymphklieren vertoonen bij zwakke vergrooting weinig karakteristieke veranderingen, de sinus en het lymphoide weefsel contrasteeren weinig; kiemcentra als regel groot.

In Ziehl-Neelsencoupes worden echter toch in de sinus enkele

Sluiten