Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intr ader male Johnine reactie.

Totale toename van de huiddikte Johnine Dunkin ± 12 m.M. Para- en vogeltuberculine 11 m.M., alle drie gezwollen, warm en pijnlijk, Johnine Sheather 4 m.M. negatief. Para- en vogeltuberculine dus evenals Johnine Dunkin duidelijk positief.

Het rund wordt op 4 November 1931 geslacht.

Bij uitwendige beschouwing blijken de dunne en dikke darmen slechts gedeeltelijk een eenigszins verdikten wand te bezitten. De mesenteriale lymphklieren zijn slechts weinig gezwollen en vochtig op sneevlakte. Uitstrijkjes, gemaakt van afkrabsel van de darmmucosa en van de sneevlakte van de mesenteriale lymphklieren, gekleurd volgens Ziehl-Neelsen, geven alle een negatief resultaat.

In een zeer groot aantal praeparaten door verschillende onderzoekers onderzocht, wordt geen enkel zuurvast staafje gevonden. Ook na fijnknippen van materiaal, fijnwrijven met physiol. keukenzoutoplossing, uitschudden met ligroïne en centrifugeeren, worden geen paratuberkelbacillen gevonden. Een ijscoupe brengt binnen zeer korten tijd de diagnose.

Er worden culturen aangelegd van verdacht materiaal op een eivoedingsbodem, waarin een extract van gedroogden bacillus phlei, nadat dit materiaal 10, 15 en 20 minuten met antiformine is behandeld, daarna gecentrifugeerd, uitgewasschen met steriele physiologische keukenzoutoplossing, weer gecentrifugeerd en daarna geënt. Van de mesenteriale klier wordt als regel de oppervlakte geschroeid en daarna direct uit de klier geënt.

Ook in dit geval worden op 6 November op bovenbeschreven wijze verschillende cultuurbuisjes geënt, welke echter door de nog niet goed bereide voedingsbodems mislukten.

Microscopie.

De dunne darm geeft bij kleine vergrooting een beeld, dat direct aan paratuberculose doet denken. De verdikte mucosa, onregelmatig geplaatste Lieberkühn'sche klieren, hier en daar, vooral in de oppervlakkige lagen van de mucosa, wat infiltraatophooping met groepjes epithelioide cellen en een enkele reuzencel. Bij immersievergrooting van volgens Ziehl-Neelsen gekleurde praeparaten worden in het meerendeel van de reuzencellen geen bacillen gevonden. Een enkele reuzencel echter bevat 4—6 bacillen, welke bij draaien van

Sluiten