Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanval gehad, welke verdween, waarna het sterk in voedingstoestand vooruit ging en oogenschijnlijk weer volkomen gezond was.

Bij het histologisch onderzoek blijkt de darm (submucosa en muscularis mucosae) veranderingen te vertoonen, die alleen bij hevige, uitgebreide chronische gevallen voorkomen (lymphangitis paratuberculose, verdikte en geïnfiltreerde muscularis mucosae). In tegenstelling hiermede worden hier slechts een betrekkelijk klein aantal bacillen gevonden in oppervlakkige haardjes in de mucosa, zooals men bij beginnende gevallen verwacht en pleegt te zien. Slechts een zeer klein aantal bacillen wordt in de submucosa gevonden, niet evenredig echter aan de gevonden veranderingen (lymphangitis). Dit is dus als een gemengd beeld van een acute en een chronische paratuberculose te beschouwen. In de mesenteriale lymphklieren worden naast wisselend aantal korte zuurvaste staafjes, in groepjes en geïsoleerde epithelioide cellen gelegen, in de sinus ook nog korrelig en schollig bruinrose gekleurde hoopjes op pigment gelijkend in deze genoemde cellen aangetroffen. Het vermoeden ligt dus voor de hand, dat het grootste gedeelte van de darmveranderingen van de eerste diarrheeaanval dateeren, waarna de bacillen bijna alle zijn vernietigd en thans weer een nieuwe infectie, vanuit het lumen van den darm heeft plaats gehad.

In geval 35 wordt een volkomen gelijke bevinding gedaan als in geval 25 beschreven. Hier bestond 6 maanden geleden de eerste diarrheeaanval, terwijl thans wegens hevige diarrhee het dier wordt geslacht.

Bij het postmorten onderzoek is weer een zeer opvallende bevinding de belangrijke patholoog-anatomische veranderingen en het zeer sporadisch voorkomen van bacillen in reuzencellen in de oppervlakkige mucosagedeelten. Ook hier worden in de mesenteriale lymphklieren naast een hoogst enkel zuurvast gekleurd staafje weer fuchsinophile korrels gezien.

De Johnine (Dunkin) reactie was duidelijk positief.

In geval 37 met een negatieve Johnine reactie worden bij ZiehlNeelsen kleuring weer in de mesenteriale lymphklieren, in de bast enkele cellen of celgroepjes aangetroffen, met een meer schollig fuchsinophil gekleurd op pigment gelijkende stof. Bovendien treft men hier in het bastgedeelte enkele haardjes van epithelioide cellen en reuzencellen aan, zonder verval.

Sluiten