Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SYMPTOMATOLOGIE.

De symptomen zijn individueel uiteenloopend: sommige patienten verliezen hun eetlust, andere niet; de groei is bij de meeste individuen slecht, de melkgift gaat achteruit, het haarkleed wordt dof, ruw en glansloos, de huid wordt leerachtig en ligt vast.

Soms gaan deze verschijnselen gepaard met een verhoogd dorstgevoel en een voorkeur om aan de slootwallen te weiden.

Eindelijk, vaak eerst na zeer geruimen tijd, treedt de diarrhee op, die dan weer bij groote tusschenpoozen kan verdwijnen. Ondanks de vermagering en de diarrhee maakt het dier absoluut geen zieken indruk. De temperatuur b.v. is normaal, aan het eten en herkauwen valt weinig bijzonders op, alleen neemt het dorstgevoel dikwijls met het voortschrijden van de ziekte toe.

Bij paratuberculose is wel het meest op den voorgrond tredend symptoom, de chronische diarrhee. De faeces zijn in de tallooze gevallen, die ik heb onderzocht, zeer verschillend van uiterlijk en consistentie, zoodat de bewering, dat men macroscopisch reeds hieraan kan constateeren of paratuberculose in het spel is, als absoluut overdreven moet worden beschouwd. Ook de aanwezigheid van kleine gasblaasjes in de faeces behoeft in geen geval op paratuberculose te wijzen.

In 32 van mijn gevallen werd een hevige diarrhee waargenomen, waarbij de faeces waterdun, dikwijls met slijm en gasblaasjes gemengd en al of niet stinkend was, terwijl de kleur wisselde van normaal tot geelachtig. Ook werden soms bloedstolsels in de faeces aangetroffen. Door het voortdurende persen blijft soms de sphincter ani openstaan (uitputting?) en vloeien de faeces voortdurend af, terwijl de huid van achterbeenen en bekkenstreek en staart dan geheel bedekt is met ingedroogde faeces. Een andermaal persen de dieren zoo erg, dat ze met een opgekromden rug staan en de faeces herhaaldelijk in een wijden boog worden afgezet.

In 8 gevallen werd slechts een matige en geringe en wisselende diarrhee waargenomen en in één geval zelfs volkomen normale fae-

Sluiten