Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eosinophile leucocyten, pseudo-eosinophile cellen treft men veel fibroplasten aan. Epithelioide cellen en Langhans'sche reuzencellen worden niet gevonden. De Lieberkiihn'sche klieren zijn uiteengedrongen en wellicht ook plaatselijk verdwenen. Zij vertoonen geen bijzondere celvermeerdering (mitosen). De chylusvaten in de vlokken zijn vaak uitgezet en met eiwitstolsels gevuld. De muscularis mucosae is soms verzwaard en de submucosa bevat vooral in de plooien een geringe infiltratie. Het lymphoide weefsel van den darm (vooral ileum en ileocoecale klep) is zwaar ontwikkeld. De mucosa van den dikken darm is plaatselijk iets oedemateus en geïnfiltreerd. De mesenteriale lymphklieren vertoonen geen bijzondere afwijkingen; in de sinus van bast en merg is een zwartbruin korrelig pigment in de reticulumcellen te zien.

In dit geval is het mij niet gelukt om zuurvaste bacillen aan te toonen, ook het histologisch beeld gaf geen voor paratuberculose karakteristieke veranderingen. Toch ben ik overtuigd, dat ook dit dier lijdende is geweest aan paratuberculose en wel op de volgende gronden. De Johninereacties waren beiden duidelijk positief, het klinische verloop leek geheel op dat van paratuberculose. Bij het histologische onderzoek vond ik een chronische ontsteking met talrijke eosinophile leucocyten, waaraan ik groote waarde toeken; in de mesenteriale lymphklieren vond ik een zwartbruin korrelig pigment. Dunkin vond verdachte zuurvaste organismen. Dit alles dringt mij sterk in de richting van de diagnose „paratuberculose". Verder is het natuurlijk niet mogelijk om microscopisch meer dan een zeer geringe fractie van het geheele darmkanaal te onderzoeken, dit geldt ook van de mesenteriale klieren. De negatieve bevinding is, ook in verband met hetgeen ik in vele duidelijk positieve gevallen waarnam, voor mij niet van zóó'n groote beteekenis, dat ik dit geval toch als van paratuberculeuzen aard wil beschouwen, al blijft de leemte bestaan, dat ik geen duidelijk positieve bewijzen ervoor kan geven.

Sectie geval no. 560.

De darmen zijn bij betasten en bij uitwendige beschouwing niet verdikt. Bij openknippen van den darm blijkt echter de mucosa zoowel van duodenum als van de ileocoecale klep een weinig verdikt te zijn. De mesenteriale lymphklieren bevatten vrij talrijke groengele

Sluiten