Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens Dodoens en Foreest ging zij, in ons land, met menigvuldige, verzwarende omstandigheden gepaard. De eerste zegt, dat de lucht, van het begin van Julij af, droog en matig warm Mas, waarop later een zeer koude en hevige noordewind ontstond, waarop aanstonds de Catarrhus volgde, vergezeld van zwaar en geweldig hoesten, pijn in de zijde , koorts en moeijelijke ademhaling. De catarrhale stoffen waren zeer dun en scherp; de pijn in de zijde was wel niet zeer hevig of stekend, doch op den oden dag kwamen er bloedige lluimen, op den öden, 6den, 7den of, ten langste , den 8sten dag stierven allen, indien bij hen (NB.) de aderlating verzuimd of niet tijdig genoeg was verrigt. Zij, die den lsten of 2den dag adergelaten werden, ontkwamen het gevaar en begonnen den 4den, bden dag te beleren, terwijl later de aderlating geen dienst deed. — Foreest zag deze ziekte na eenen aanhoudenden, dikken en stinkenden mist, zoo schielijk als een wind, te Alkmaar beginnen met eene sluipende koorts en aandoening van keel en borst, welke men geene ontsteking kon noemen, maar die eenen lastigen hoest veroorzaakte. Dezelve liep zoo schielijk voort, dat duizenden tegelijk daardoor overvallen werden. Ook was de ziekte zoo hevig, dat, binnen 2 of 5 weken, over de 200 menschen , vooral zwangere vrouwen, daaraan bezweken. Weinige ontkwamen, als de koorts aanhoudend geworden was; zij bereikten naauwelijks den 9den dag, of, zoo al, dan kwamen zij zelden den 14den te boven; zij , die den 17den dag bereikten, genazen volkomen. Zij, die eene intermitterende koorts kregen, nadat er pijn in de keel geweest was, die, volgens zijn getuigenis, geene angina was, wijl men, de keel beschouwende, bijna geene inflammatie kon gewaar worden, als zij niet wél behandeld werden of hunne ziekte verwaarloosden , stierven alle. Velen stierven aan aanhoudende en dubbele anderdaagsche koorts. De aderlating was alleen in den beginne zeer voordeelig bij diegenen, welker koorts aanhoudend was. Velen, die het eerste tijdperk overleefden, vervielen in eene ongesteldheid en verzwakking van maag, die, wanneer ze met ander- of derdendaagsche koorts gepaard ging, somwijlen doodelijk was. Verzachtende gorgeldranken, uitwendige stovingen met zachte buikontlasling waren de middelen, welke Foreest met nut bezigde.

In 1374, toen, gedurende den geheelen zomer en herfst,

Sluiten