Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een zuidewind geheerscht had, en deze jaargetijden heet en vochtig waren, nam men , bij het begin van den winter, eene epidemische Verkoudheid in het hoofd waar, met ontlasting van een scherp, weiachiig vocht uit den neus, eenen aanhoudenden hoest en eene zeer moeijelijke ademhaling, vliegende pijnen door de schouderbladen en de borst (1).

Saillant (2), in zijn overzigt der epidemien van Zinkingkoortsen , spreekt van eene epidemie, die geheel Europa, in 1580, bezocht heeft; zijne beschrijving komt echter niet overeen met die onzer inlandsche Schrijvers, en toont ons eerder het beeld eener soort van typhus, dan dat van eene wezenlijke Catarrhale Koorts. Riviere zegt van deze epidemie: In de maanden April en Mei kwamen, uit den grond , eene verbazende menigte insecten te voorschijn, de wegen waren er zoo zeer mede bedekt, dat men, dezelve betredende, duizenden van die insecten vertrapte. Kort daarna ontstond er eene soort van pest (eene gewone benaming bij onze oudere Schrijvers, daar men niet te veel aan hechten moet), waarvan schier niemand verschoond bleef. Deze begon met koortsen hoest, waarop hoofd-en lendenpijn volgde. De koorts liet eenige dagen na, verhief zich daarna met nieuwe kracht, en was hoogst afmattend. Somwijlen was zij aanhoudend , verdubbelde al meer en meer, en bragt de lijders, binnen weinige dagen, ten grave. Sommigen werden plotseling door ijling en hersenontsteking, anderen door eene langzaam uitterende borstziekte weggerukt. — Sennert , die betuigt, dat deze ziekte bijna de geheele wereld is doorgegaan , dezelve toeschrijft aan de vochtige gesteldheid des dampkrings, gepaard met langdurigen zuidewind, spreekt

(1) Door geenen buitenlandschen Schrijver vond ik deze epidemie vermeld , behalve door Petit , in de Diction. des Sc. médic., Tom. IX, p. 352.

(2) Saillant , Tableau, historique et raisonné des Épidêmies catarrkales, vulgairement dites la Grippe, depuis 1510 jusques et y compris celle de 1780, avec Vindication des traitemens curatifs et des moyens propres a s'en préserver; Paris, 1780. 12°. — Dit werk, met lust en oordeel byeen verzameld uit de beschrijvingen der plaats gehad hebbende Catarrhale epidemiën , volgens Foreest , Fernel, Sennert, Ettmuller , Willis, Bailliou, Riviere, Hoffmann, Sydenham , Huiham, is hoogst nuttig voor hen, die zelve geene gelegenheid hebben, om bij de oorspronkelijke Schrijvers deze ziekten, in alle hare wijzingen en complicatiën, te bestuderen. Hij levert een vrij volledig overzigt der epidemiën van de drie laatste eeuwen, en trekt daaruit, omtrent de behandeling derzelve in alle hare nuances en modificatiën, zeer goede resultaten. Hij heeft door zijn werk de wetenschap wezenlijk voordeel aangebragt.

Sluiten