Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tan de verwoesting, welke dezelve op het einde derlenle en in het begin van den herfst van 1S80, niet alleen in Frankrijk , Duitschland en Nederland, maar in geheel Europa, veroorzaakte. Zij kondigde zich aan, zegt hij , door hoofdpijn en koortshitte, somwijlen door loomheid , aanhoudende gevoelloosheid en slaperigheid, zoo als men bij de pest waarneemt (1). FoREESTzegt, dat hij, te Delft, den 20. Junij het eerst de ziekte waarnam, dat dezelve in Julij aanhield, plotseling ontstond met hevige pijn in de keel en borst, aanmerkelijke heeschheid en zwaren hoest. De ziekte was zeer algemeen, geheele huisgezinnen werden er eensklaps door overvallen; zij was echter niet gevaarlijk, en de meesten herstelden gemakkelijk door afleidende middelen, en als zij in den beginne werden adergelaten. Hij schreef aanzijn' broeder, die zijn advies vroeg over de aderlating in deze ziekte, dat hij dezelve alleen in het begin aanbeval, wanneer er wezenlijke volbloedigheid of plaatselijke ontsteking bestond. • Hij verhaalt, dat hij in deze ziekte onderscheidene lijders gezien heeft, die door Triakel met een weinigje Saffraan genazen. Dat Foreest de ziekte voorcontagiëus hield, blijkt uit zijn gezegde omtrent de aderlating ; » Seminaria contagionis sanguinis missione non possunt educi(2) %t De epidemie van 1658, waarvan Willis ons eene beschrijving heeft nagelaten , was wezenlijk eene epidemische Calarrhale Koorts. Op eenen zeer warmen zomer volgde een buitengemeen koude winter, welke koude tot ver in

(1) Vergelijk, over deze epidemie, de vrij goede beschrijving van Joaiï. Bockelius , Synopsis novi morbi, quem plerumque Catarrhum febrilem , vel Fcbrern catarrhosam vocant, qui pene universam Europam gravissime adflixit; Helmstadii, 1580. Van de epidemiën, door Most, l. c. , al»

Vin 1595, 1610, 1647 plaats gehad hebbende, vermeld, heb ik geene jbeschrijvingen kunnen opsporen. In ons land heeft de ziekte toen niet • Jgeheerscht.

(2) Deze Hollandsche Hippocrates, zoo als Thijssen, t. a. pl., bl. 76, hem noemt, raadt zijn' broeder, die te Alkmaar de praktijk uitoefende , methet gebruik van wijn voorzigtig , en niet spaarzaam met bloed te zijn, wijl de aderlating (zwakke gestellen uitgezonderd) de spoedige genezing bevordert. — llij wist echter reeds zeer goed catarrhus en inflammatie van elkander te onderscheiden , en op hem kan met volkomen regt het gezegde van Stoll worden toegepast: » Forestus , adcuratissimus scriptor et sagacissimus medendi magister.1' Zie Ration. medendiPart. II, p. 64. — Forestus, l. c. , Obs. /, III. edit., Francof.— Sennert betuigt, dat eene soortgelijke ziekte, als de beschrevene, in

| 1591 , in de meeste plaatsen van Duitschland geheerscht heeft. Zij komt mij verschillend voor. Zie Sennerti Oper. omnium Tom. VI, * Lib. IV, Cap. XVII; Tom., III, bib. /, P. //, Cap. XXXIV.

Sluiten