Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de meesten, uit vrees voor erge toevallen, had doen aderlaten, doch dat de ziekte zelden gevaarlijk was (1). Indien | ons land gedeeld heeft in deze ziekte, moet de invloed op de sterfte gering geweest zijn , wijl hiervan sporen ontbreken.

Ettmuller en Sydemiam hebben ons eene beschrijving geleverd van eene epidemische Catarrhale Koorts, die in het begin van September 1676 ontstond, en de geheele maand October aanhield. Gedurende eenigen tijd was het weder zeer ongestadig geweest, en was er zeer veel regen gevallen. De zieke ontstond met drukking, spanning en zware pijn in het hoofd; kort daarna ontstond er een aanhoudende, scherpe, holle, zeer afmattende, eerstdrooge hoest, of er had eene ligte , met bloedstrepen vermengde fluimlozing plaats, die , na verloop van 2 of 5 dagen, met het expeclorercn eener geweldige hoeveelheid taai slijm eindigde. Zoo lang de hoest droog was, had er schier altijd schorheid of heeschheid plaats; soms scheen de borst zoo vol en bezet, dat de lijders bijna niets konden ophoesten en meenden te moeten stikken. Rillingen , huiveringen , afwisseling van hitte en koude, hielden den gansclien dag aan, vooral langs de ruggegraat en bij den aanvang der ziekte. Hierop volgde gemeenlijk, tegen den avond, eene meer of minder sterke hitte , die tot middernacht duurde. Verre de meeste zieken klaagden over een gevoel van pijn onder de onware ribben, die zich van de lenden tot aan het borstbeen uitstrekte. Hoe heviger deze pijn zich openbaarde, des te bezwaarlijker was de ademhaling. De pols was vol, sterk, menigvuldig; de pis rood; er had een geweldig verlies van krachten plaats (2).

De door Ettmuller gebezigde geneeswijze, ingerigt naar zijne theoretische inzigten omtrent de gewaande eigenschappen der lucht, waarin hij de oorzaak der ziekte meende te vinden, is veel minder rationeel, dan die van Sydemiam. Eéne of meer aderlatingen, verdunnende middelen, verzachtende expecloranlia, Spaanschevlieg-pleisters en Mostaardpappen maakten de voornaamste middelen der behandelingswijze van Sydemiam (mijns oordeels , in zijnen tijd , den her-

(1) Ephemer. natur. curios. , Dcc. t. Ao. VI, VII, Obs. CCXIII.

(2) Dit verlies van krachten kan, naar mijn gevoelen (dat, ofschoon het resultaat eener praktijk van 25 jaren zijnde, slechts individueel is), als ik de symptomen overweeg, niet wezenlek , maar slechts schijnbaar zijn geweest.

Sluiten