Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J. J. ScriEUCHZEK beschrijft eene Calarrhale epidemie, welke , in 1750, plaats had, nadat er het gansche najaar een menigvuldige en aanhoudende regen was gevallen , de dampkring, in Januarij , altijd betrokken en met vele dampen bezet was geweest, en door geene noordewinden was gezuiverd geworden. Hij zegt, dat op die plaatsen , welke, door hare afgelegenheid of behoefte , van behoorlijke hulp ontbloot en steeds aan de afwisselingen van den dampkring waren blootgesteld , doorgaans ontstekingskoortsen en longaandoeningen zich opdeden, welke, binnen weinige dagen, de lijders deden omkomen. De doodelijkheid dezer ziekte was zoo groot, dat in het dorp Schivamendingen, uit 500 inwoners bestaande, in de 10 eerste dagen van het jaar, 12menschen, van 20—40jaren, stierven. De ziekte hield eerst op, nadat een hevige noordoostewind de lucht gezuiverd had (1).

De epidemische Calarrhale Koorts, die teEdinbarg heerschte van den 17. December 1752 tot op het einde van Januarij 1755, waardoor bijna alle menschen aangetast werden, openbaarde zich door huivering en rilling, duizeligheid, hoofdpijn , pijn in de borst en den rug, eenen versnelden pols, walging, verloren' eetlust. In de eerste dagen had er eene rijkelijke, sereuse ontlasting uit den neus en deoogen plaats, somwijlen was er pijn en zwelling der keel. De hoest werd, na den 5den dag, genoegzaam aanhoudend, en ging met eene zeer rijkelijke, slijmige fluimlozing gepaard. Vele zieken leden aan diarrhee, die dikwijls met bloed vermengd was, hetwelk vooral plaats had bij hen, die bij den aanvang der ziekte niet waren adergelaten. De urine was steeds hoog gekleurd, zonder eenig bezinksel. Vele kinderen leden aan veelvuldige braking of ontlastingen , waardoor de ziekte zich scheidde. Alle zieken hadden geneigdheid tot zweeten. Zij , die sterk uitwasemden, herstelden het schielijks^. Eene roodachtige, overvloedige urine met steenkleurig bezinksel was ook erilisch.

Deze ziekte was op verre na niet bij allen zuiver catarrhaal, veelal met het rheumatische vermengd, terwijl ook bij velen inflammatie in de borst en bloedspuwing plaats hadden. Zij was, hoewel op zich zelve niet zeer gevaarlijk, echter voor de behoeftige klasse en voor vele oude en teringachtige lieden dikwijls doodelijk. De aderlating, bij den aanvang der

(ï) Acta pkys.-med. nat. etirVol IV} in Appond., p. 24.

Sluiten