Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder fusie-neiging, treedt het onbewuste verlangen op, het dubbelbeeld uit te sluiten. Dit kan gebeuren door het strabeerend oog dien stand te geven, waarbij het beeld van het voorwerp op een deel van de retina valt dat weinig gevoelig is voor lichtprikkels, m. a. w. het strabeerend oog vlucht voor het dubbelbeeld; er ontstaat een vlucht-strabismus naast het statisch scheelzien.

Ook brekingsafwijkingen dragen het hunne bij tot het ontstaan van scheelzien. De incongruentie tusschen accommodatie en convergentie bij een middelmatig sterken hypermetroop kan ertoe leiden, dat de vérziende de voorkeur eraan geeft met één oog scherp te zien, terwijl het andere binnenwaarts scheel ziet. De myoop zal naar buiten kunnen gaan scheelzien, omdat hij weinig of niet behoeft te accommodeeren en dus den impuls tot convergentie mist.

Door den telkens veranderenden convergentie-hoek zal het alleen door refractie-afwijkingen veroorzaakte scheelzien, geen strabismus concomittans zijn: bij eiken nieuwen stand zouden de dubbelbeelden een andere plaats op het netvlies innemen, hetgeen het uitsluiten zeer bemoeilijkt of onmogelijk maakt. Bij het refractie-scheelzien zal zich een vlucht-scheelzien voegen.

Terwijl Worth alleen een primair slecht ontwikkeld zijn van de fusieneiging en bij strabismus divergens neuropathicus een gebrekkige dynamische convergentie als oorzaak voor het scheelzien aanneemt, is volgens Van der Hoeve het strabismus een combinatie van een statische, sensu-motorische en psychische afwijking.

Terecht zegt Landolt: ,,Relieved of the absurd conception of concomitant strabismus as merely a deviated eye that must be „put straight" for cosmetic reasons, we aim higher and more scientifically. We see in strabismus a binoculair affection, and in treating it, we endeavour to restore the harmonious function of the motor and the dioptric apparatus of the two eyes in accordance with the requirements of binoculair vision. Perfect binoculair vision is, in fact, the sole guide to and guarantee of normal ocular direction."

Volgens Landolt is de oorzaak van het concomitteerend scheelzien een gebrek aan het binoculair-zien, in de meeste gevallen ten gevolge van amblyopie aan één oog.

Thomson is de meening toegedaan, dat wij niet te hooge verwachtingen mogen koesteren van de mogelijkheid van totale genezing van strabismus, noch door de orthoptische noch door de operatieve behandeling, en wel daarom niet, omdat ons niet alle oorzaken van het scheelzien bekend zijn. Hij ziet in strabismus convergens concomittans een functie-afwijking, dikwijls een te voorkomen functie-afwijking, van den physiologischen evenwichtstoestand van de oogspieren, die vooral bij jonge kinderen optreedt en veroorzaakt wordt door 3 factoren. Deze factoren, die gelijktijdig in kunnen werken, zijn: een gebrekkige beeldvorming op één van de 2 retinae, waardoor de prikkel tot fusie ontbreekt; een slechte ontwikkeling van het fusie-

Sluiten