Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oog. Blijft de scheelzienshoek stationnair, of is hij abnormaal groot, dan wordt eerder tot operatie overgegaan.

Bij strabismus divergens bestaat volgens schrijver reeds bij een hoek van 6 graden een relatieve indicatie tot operatief ingrijpen.

De keuze van de operatie-methode wordt bepaald door het al of niet aanwezig zijn van een bewegings-exces (meestal bij strabismus convergens) of van een bewegings-defect (in vele gevallen van strabismus divergens). Bij amblyopie en vermeerdering van de adductie doet schrijver altijd eerst de Rücklagerung. Een goed gedoseerde Rücklagerung volgens de methode van Bielschowsky zou geen storenden graad van exophthalmus noch vergrooting van den lidspleet tot gevolg hebben.

Bewegingsbeperking is een indicatie tot Vorlagerung met peesverkorting, en wel dubbelzijdig met een directe postoperatoire over-correctie. Bij strabismus van 25 graden en hooger beveelt schrijver de Vorlagerung met tijdelijke „Ablösung" (zonder Rücklagerung) van de pees van den antagonist aan.

Indien noodig wordt de Vorlagerung aan beide oogen tegelijk verricht; bij Rücklagerung voornamelijk bij kinderen wordt aan het tweede oog pas dan geopereerd, als het blijvend resultaat van den eersten ingreep bekend is.

Schrijver hecht niet veel waarde aan het stereoscopisch oefenen na de operatie. Hij zegt dan ook: „Das Ziel der operativen Behandlung, die „Erlangung oder Wiederherstellung des binokularen Sehens, kann in „einem erheblichen Bruchteil der Falie nicht erreicht werden, und wir „müssen uns mit der Erzielung einer cosmetischen Besserung begnügen."

Als niet geslaagde operaties rekent hij die gevallen, waarbij een scheelzienshoek van meer dan 10 graden overbleef. 283 patiënten met ongecompliceerd strabismus convergens werden operatief behandeld met de volgende resultaten:

Rücklagerung aan één oog 198, waarvan Binoculair zien 38

Cosmetisch goed 118 Meer dan 10 graden rest 42

Vorlagerung aan één of beide oogen 19, waarvan Binoculair zien 13

Cosmetisch goed 6

Rück~ en Vorlagerung aan één of beide oogen 66, waarvan

Binoculair zien 15

Cosmetisch goed 43

Meer dan 10 graden rest 8

Alleen in 2 gevallen van Rück- en Vorlagerung ontstond er een post operatieve divergentie, waarvoor Jaensch den groei als oorzaak aanziet. Bij 3 andere gevallen eveneens van Rück- en Vorlagerung met meer dan 10 graden convergentie-rest bij ontslag, werd bij controle na respectievelijk \x/2, 7 en 6 jaar binoculair-zien geconstateerd.

Sluiten