is toegevoegd aan je favorieten.

Blijvende resultaten van scheelzien-operaties

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108 Patiënten met strabismus divergens unilateralis en alternans werden operatief behandeld met de volgende resultaten:

Vorlagerutig aan één of beide oogen 17, waarvan Binoculair zien 10

Cosmetisch goed 5 Meer dan 10 graden rest 2

Rück- en Vorlagerung aan één of beide oogen 91, waarvan

Binoculair zien 36

Cosmetisch goed 44

Meer dan 10 graden rest 11

20 Patiënten met Strabismus divergens artificialis werden operatief behandeld met de volgende resultaten:

Vorlagerung, soms gecombineerd met Rücklagerung a. d. antagonist 20,

waarvan Binoculair zien 8

Cosmetisch goed 10 Meer dan 10 graden rest 2

In „The Montgomery Lecture 1918—19" deelt E. M. Maxwell de Maxwell resultaten van 1301 gevallen van strabismus concomittans mede uit de praktijk van wijlen P. W. Maxwell. Deze patiënten waren als volgt verdeeld:

1121 gevallen van strabismus convergens,

179 gevallen van strabismus divergens,

1 geval van strabismus sursumvergens.

Een gedeelte van deze patiënten werden gedurende maanden tot jaren na de operatie gecontroleerd.

Uit zijn mededeeling blijkt, dat bij strabismus convergens concomittans, de eind-prognose gemiddeld 4 jaren na de operatie nagegaan, wat het Binoculair zien betreft, gunstiger is naarmate de behandeling op een jeugdiger leeftijd begonnen werd. De behandeling bestond uit de conservatieve therapie, zoonoodig gevolgd door operatie. In geen enkel geval kwam binoculair-zien tot stand bij een visus van het strabeerend oog van minder dan e/24.

Maxwell s operatie-techniek was als volgt:

De tenotomiën waren altijd totaal. De conjunctiva-wond werd steeds primair gesloten. Later maakte hij gebruik van een dubbel gewapenden draad, van buiten naar binnen door de pees gestoken, die vervolgens door de conjunctiva weer te voorschijn gehaald werd. Deze draad diende om,

indien na eenige uren of dagen bleek dat de oogen neiging tot overslaan vertoonden, dit overslaan te corrigeeren.

De peesplooiïng werd verricht met behulp van een door hem geconstrueerden „tucker", waarmee een naar omstandigheden wisselende plooi in pees en spier opgenomen kon worden. Een dubbelgewapende draad werd door de conjunctiva achter den wond ingestoken, vervolgens door