Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de plooi en weer door de conjunctiva vóór de insertie-plaats van de pees naar buiten gebracht en daar geknoopt.

Later maakte Maxwell ook gebruik van „anker'-hechtingen: 2 dubbelgewapende draden werden respectievelijk door de Musculus Rectus Superior en Inferior gestoken, en bij strabismus convergens operaties, boven den canthus externus bevestigd. Bij strabismus divergens bleken de ankerhechtingen van weinig nut te zijn. Ook de methode waarbij een draad door het boven-ooglid bij den ooglidhoek gestoken werd, vervolgens onder alle 4 rechte oogspieren gebracht en door het onder-ooglid weer naar buiten gehaald, voldeed niet.

De nabehandeling bestond in het verbinden van beide oogen gedurende 10 tot 14 dagen. De anker-hechtingen werden op den 7en, de spier-hechtingen op den lOen dag verwijderd.

Uit schrijver s mededeeling zullen wij alleen datgene hier aanhalen wat voor ons onderzoek van belang is.

Bij strabismus convergens was de gemiddelde vermindering van den scheelzienshoek na de peesplooiïng aan een of aan beide oogen na 6 maanden nog hetzelfde als direct na de operatie. Deze is echter bij strabismus convergens zoowel na tenotomie, als na tenotomie met peesplooiing veranderd. Ook bij tenotomie en bij tenotomie gecombineerd met peesplooiing wegens secundair strabismus divergens, was het gemiddelde resultaat bij de latere onderzoekingen niet gelijk gebleven aan dat, direct na de operatie verkregen. 94 Patiënten met strabismus convergens werden door het verrichten van een of meerdere tenotomiën behandeld. Het directe resultaat van de operaties werd na 2 tot 3 dagen nagegaan; het late resultaat 6 maanden daarna. Alleen de oogstand zonder correctie en bij fixatie in het oneindige werd opgeteekend. Het directe resultaat was een gemiddelde vermindering van den scheelzienshoek van 16^2 graad; het late resultaat, een vermindering van 19 graden. Deze getallen waren bij 52 gevallen van tenotomie gecombineerd met peesplooiïng respectievelijk 263^ en 27 graden, en bij tenotomie ten gevolge van strabismus divergens concomittans, in 16 gevallen 163^2 graad en 7J/> graad.

Bij tenotomie en peesplooiïng wegens strabismus divergens concomittans was de gemiddelde directe vermindering van den scheelzienshoek 25 graden; de late vermindering 18 graden. De directe gemiddelde vermindering van den scheelzienshoek werd bij peesplooiïng 2 tot 3 weken na de operatie gemeten.

Onder „perfect cure" rekent Maxwell ook die gevallen, die na operatie recht waren met correctie, doch zonder bril nog convergentie vertoonden. De geopereerde gevallen verdeelt hij in 2 groepen en wel, patiënten tot en met 14 jaar en die boven den leeftijd van 14 jaar. De gemiddelde uitslag na de tenotomie wegens strabismus convergens concomittans bij patiënten tot den leeftijd van 14 jaar was een vermindering van den scheelzienshoek van 17J/2 graad, en een „perfect cure' in 30 van de 100 gevallen. Terwijl bij patiënten boven dien leeftijd de cijfers respectievelijk

Sluiten