Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De scheelzienshoek nu, vergeleken met dien direct na de operaties, dus minstens 15 jaar geleden, was bij:

3 verbeterd,

6 overgegaan in secundair strabismus,

6 weer grooter geworden,

5 constant gebleven,

1 niet na te gaan.

Bij deze vergelijking is er op gelet, dat in beide gevallen de scheelzienshoek zonder correctie nagegaan werd.

Van de 40 patiënten tusschen den leeftijd van 7 en 12 jaar geopereerd, hadden er vóór de operatie:

8 strabismus convergens alternans,

1 strabismus divergens alternans,

25 strabismus convergens unilateralis,

1 strabismus divergens unilateralis,

2 strabismus convergens et sursumvergens alternans,

2 strabismus convergens et sursumvergens unilateralis,

1 strabismus divergens latens.

Van deze patiënten was de gezichtsscherpte vóór de operatie bij: 1 onbekend,

14 gelijk aan of kleiner dan ssn een of beide oogen,

25 meer dan i/10 aan beide oogen.

De refractie was bij:

35 hypermetropisch,

4 emmetropisch,

1 myopisch.

De volgende operaties werden verricht:

17 tenotomie aan één oog,

14 tenotomie aan beide oogen,

4 tenotomie en peesplooiing aan één oog,

2 tenotomie aan één oog, tenotomie en peesplooiing aan het andere.

3 multiple operaties.

Het subjectief resultaat van de operaties was bij:

26 goed,

7 matig,

7 slecht.

Het blijvend resultaat zonder correctie was bij:

13 een scheelziensrest van minder dan 10 graden,

11 een scheelziensrest van 10 graden of meer,

16 overgegaan in secundair strabismus.

Het blijvend resultaat met correctie was bij:

16 een scheelziensrest van minder dan 10 graden,

6 een scheelziensrest van 10 graden of meer,

15 overgegaan in secundair strabismus,

3 niet na te gaan.

Sluiten