Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vormen der meergenoemde lichaampjes, die bij trachoom in de epitheelcellen optreden.

Hield von Prowazek de door hem onderscheiden chlamydozoa oorspronkelijk van protozoairen aard, latere onderzoekers hebben meer en meer aannemelijk gemaakt, dat ze moeten worden ondergebracht in de groote groep van het ultravirus en wel tot die, waarbij typische celinsluitsels voorkomen, hetgeen moge blijken uit onderstaande groepeering der ultraviru ziekten bij den mensch, volgens RiversLipschütz;

I. Geen microscopische afwijkingen.

Encephalitis lethargica, poliomyelitis, dengue, vijfdaagsche

koorts, influenza en coryza, en parotitis epidemica.

II. Typische insluitsels.

a. Cyto-oikongroep.

Trachoom en verwante aandoeningen, lyssa, moluscum contagiosum en psittacosis.

b. Karyo-oikongroep.

Varicella, febris aphthosa, gele koorts, herpes febrilis, herpes zoster, herpes venereus, condyloma acuminatum?, en verruca vulgaris.

c. Cyto-karyo-oikongroep.

Variola, para vaccinia.

d. Centrodermosen.

Morbilli, rubeolae, lichen ruber planus?, pityriasis rosea?.

III. Het virus is zichbaar.

a. Rickettsiae.

b. Bartonellae.

IV. Filtreerbare phasen van bacteriën?.

Is deze groepeering al kunstmatig en wankel, en niet algemeen erkend, onze huidige kennis omtrent de insluitsels bij trachoom en trachoom-achtige ziekten, voorts die, omtrent de filtrabiliteit van het trachoomvirus is evenzoo nog verre van bevredigend.

In verband met de meening van von Prowazek en Halberstadter, dat het trachoom gerekend moet worden tot de zoogenaamde epitheliosen met als verwekker de chlamydozoa moet hier even worden gememoreerd, dat Lipschütz (zie Handbuch d. pathogenen Microorganismen van Kolle Wasserman, Bd VIII) het ultravirus naar zijn affiniteit tot de weefsels verdeelt in 6 groote groepen, n.1. Ie. gelocaliseerde, epidermale of epitheliale vira, waartoe behooren de oorzaken

Sluiten