Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fïltrabïliteit van het virus.

Uit Nicolles laboratorium in Tunis verschenen de eerste mededeelingen over de experimenten omtrent filtrabiliteit van het virus van trachoom. Men toonde aan, dat filtraten van trachomateus materiaal afkomstig van menschen een substantie bevatten, welke bij enting op proefdieren trachoom veroorzaakte. „Meines Erachtens ist der Beweis als geliefert anzusehen, dasz Trachom wie Einschluszblenorrhoe filtrierbares Virus liefern können," zegt Axenfeld. Tegenover de positieve vondsten van Nicolle, Cuénod e.a. staan weer de vergeefsche proeven van anderen. Trapessontsewa kon door subconjunctivale injecties en scarificaties met het filtraat van trachoomkorrels en conjunctivastukjes noch bij dieren noch bij zichzelf trachoom verwekken. Een andere meening veronderstelt dat het trachoom is het gevolg van een meervoudige infectie n.1. van filtreerbaar virus en een ander organisme, „but only future investigations can reveal the correctness of this hypothesis", zegt Harvey Howard. „The experiments in both instances", zegt Wilson wijzende op de positieve en negatieve bevindingen van verschillende onderzoekers op dit gebied, „however, lacked an important control in as much as the original materials and the residues after filtration were not tested for infectivity."

LITERATUUR.

Cuénod, Nataf. Le trachome. Paris, 1930.

Axenfeld. Die Atiologie des Trachoms. 1914.

Trapesontzewa. Revue du Trach. p. 65. 1930.

Harvey, J. Howard. Results of recent investigations in the etiology of

trachoma. Americ. Journ. of Ophthalm. S. 3, Vol. 16, 1933, p. 225. Rowland P. Wilson. The aetiology of Trachoma. The Brit. Journ. of Ophthalm. Aug. 1931, p. 436.

DE AFGRENZING VAN HET TRACHOOM VAN ANDERE AANDOENINGEN.

De eerste opgave hierbij is het trachoom te scheiden van de folliculaire conjunctivale aandoeningen, die volgens de dualisten essentieel van elkaar verschillen. „Ondanks hunne groote gelijkenis is het mijn vaste overtuiging (zegt Schieck) dat ze geheel aparte ziekten zijn", en de verschillen komen volgens Saemisch op het volgende neer:

le. het verschil in klinisch uiterlijk en verloop der aandoeningen, 2e. het verschil in het ontstaan. De conj. follic. is niet contagieus.

Sluiten