Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van West Borneo en Halmaheira konden we geen noemenswaardig verschil aantoonen in besmetting. Eenig verband tusschen trachoomfrequentie en huisdieren was evenzoo nergens aan te toonen. Men vindt vrijwel overal dezelfde huisdieren terug onder alle bevolkingsgroepen, doch honden en varkens vindt men wel het meest onder de (lichtbesmette) Dajaks, terwijl de Maleiers, Boegineezen een bepaalde voorliefde hebben voor geiten. Men vindt echter niet meer of minder trachoom in Maleische of Boegineesche kampongs waar de bevolking armer is aan geiten.

In de inleiding hebben we reeds vermeld, hoe de onderzochte rassen gegroepeerd kunnen worden in verband met den graad van welstand. Wij vonden onder de Dajaks en Alfoeren (de minst welvarenden en de meest primitief levenden) de minste trachoombesmetting, terwijl de welvarende Chineezen en Maleiers op hetzelfde Borneo levend als de Dajaks meer met trachoom besmet blijken. Welstand als zoodanig kan de verschillende besmettingscijfers onder de onderzochte rassen niet verklaren, wel ziet men, zooals ook bij het onderzoek naar trachoomfrequentie en welstand zal blijken dat in dezelfde bevolkingsgroep ontegenzeggelijk meer trachoom voorkomt onder de laagste bevolkingsklassen, dan onder de hoogere, wat echter niet alleen door het verschil in welstand doch ook door verschillende andere momenten, als behuizing e.a. moet worden verklaard.

De voeding blijkt over het algemeen voor alle rassen niet van belang, want we vinden Dajaks en Alfoeren even weinig besmet, terwijl de eersten leven van rijst en de laatsten van sago. Wij vinden de zich goed (en met meer vleesch) voedende Chineezen in trachoomfrequentie staan tusschen de meer vegetarisch levende Javanen en Maleiers. Evenzoo kunnen de verschillende besmettingscijfers niet verklaard worden door verschillen in den hygiënischen toestand in het algemeen en de lichamelijke verzorging in het bijzonder, want het hygiënisch leven in de verschillende streken scheelt onderling practisch niet, noch de lichaamsverzorging welke over het algemeen niet slecht is en waarvan Abrahamsz (omtrent de Maleiers te Pontianak) zegt, dat ze zelfs een philantroop zou doen watertanden.

Wij zien dus, dat klimaat, waterrijkdom van den bodem, temperatuur, flora, fauna, welstand, voeding en de hygiënische toestand in het algemeen niet kunnen verklaren, waarom de onderzochte rassen zoo verschillend met trachoom besmet zijn.

Dajaks en Alfoeren op 2 verschillende eilanden wonend staan dus in trachoomfrequentie dicht bij elkaar en ver van alle andere rassen.

Sluiten