Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Millet deelde mede, geen enkel geval van trachoom te kennen bij in Frankrijk geboren en lange jaren in Algiers dienende soldaten en wees op het feit, dat kinderen van Fransche officieren, die er a.h.w. leefden in het inheemsche milieu, toch geen trachoom kregen. Evenzoo zegt Belot in zijn bericht over het trachoom bij de militairen in Noord-Afrika, dat onder de Franschen, zoowel uit het moederland, als in Afrika geborenen bijna geen trachoom voorkwam, terwijl het vaak gevonden werd onder de Israëlieten. Berger heeft de meening uitgesproken, dat de Israëlieten zeer gevoelig zijn voor trachoom, terwijl de aandoening ook onder Maltesers en Spanjaarden vaak werd gezien.

Haab kent op grond van eigen ervaringen en de literatuur practische immuniteit toe voor trachoom aan de geboren Zwitsers. Elschnig, getroffen door het feit, dat in Praag onder de vele lichte trachoomgevallen zoo weinig zware voorkwamen, zocht de verklaring ervan in een zekere rasdispositie.

Sprekende over het trachoom in Anam zegt Talbot: „la race, 1'age, la constitution semblent hors de cause, les autres facteurs sont secondaires."

Bakker meent, hoewel niet met cijfers e.d.g. aan te toonen, op grond van jarenlange Indische ervaring, toch niet aan de suggestie te kunnen ontkomen, dat bij Inlanders een grootere vatbaarheid voor trachoom bestaat, dan bij Europeanen en Chineezen het geval is.

Hiertegenover staan vele anderen, die rasinvloeden als zoodanig, zoo niet geheel, dan toch van zeer geringe beteekenis achten.

Van de oorspronkelijk door Burnett beweerde immuniteit der Negers is niet veel overgebleven. Hoe meer ze onderzocht worden, hoe meer trachoom gevonden wordt, en hoe minder van de genoemde immuniteit, vgl. Burnett, Webster Fox, e.a. blijkt.

Zoo blijken ook de Negers in Duitsch-Oost-Afrika, door Krusius onderzocht, die in Zuid-Algiers door Foley Sergent en Meslin toch veel trachoom te hebben, hoewel milder verloopend dan bij de Arabieren, hetgeen ze wijten aan relatieve immuniteit.

Gunning wees er op, dat de Israëlieten in Amsterdam hun vele trachoom niet te wijten hebben aan hunne raseigenschappen, doch meer aan hunne ongunstige levensvoorwaarden.

Sprekende over immuniteit en dispositie zegt Axenfeld: „Sie ist jedenfalls ohne grosze Bedeutung, und ich stimme in dieser Hinsicht z.B. mit Kuhnt, Mac Callan, Greef, Meierhof u.a. überein, dasz wohl keine Rasse vor der Trachominfektion wirklich geschützt ist".

Sluiten