Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FREQUENTIE VAN HET TRACHOOM ONDER DE VERSCHILLENDE LEEFTIJDSKLASSEN.

Ik vond in het algemeen 2 maal zooveel trachoom bij de kinderen (12,57 %) dan bij de volwassenen (5,08 %).

Bij de afzonderlijke bevolkingsgroepen vinden we zeer uiteenloopende verhoudingen, hetgeen blijkt uit ondervolgende TABEL:

AANTAL

onderzochte waarvan onderzochte waarvan

volwassenen Tr. + +% kinderen Tr. + +%

onder de

Dajaks 633 9—1.42% 669 19— 2,84%

Maleiers 1865 93—4,98 % 1215 165—13,58 %

Chineezen 708 30—4'23 % 561 52— 9,26 %

M-Javanen 4594 613-13 34% 3235 789-24,38%

Boegineezen 9037 170.— 1,88% 4845 482— 9,94%

Alfoeren 1882 37- 1,96% 2028 71- 3,50%

18719 952-5,08% 12553 1578-12,57%

Vergelijken wij de frequenties onder de onderzochte Boegineezen, zoo valt op het groote verschil in de percentage's bij volwassenen en kinderen.

Opvallend is wel, dat bij de andere bevolkingsgroepen dat verschil geringer is.

Bezien wij de percentages onder de lichtbesmette (terminologie van Bakker) Dajaks en Alfoeren (totaal trachoom % resp. 2,15 en 2,76) ten opzichte van de zwaarbesmette Javanen (totaal trachoom % 17,90) zoo zien we ongeveer dezelfde verhoudingen tusschen de trachoomfrequenties onder de volwassenen en kinderen.

In alle gevallen tezamen verdwijnt dus ruim 50 % van het trachoom der jeugd in den volwassen leeftijd, zonder eenig spoor achter te laten, dus een genezing met restitutio ad integrum. Deze genezing van het kindertrachoom is nog uitgebreider onder de Boegineezen, waar nog maar ongeveer 1/s van het trachoom uit de jeugd bij de volwassenen teruggevonden wordt.

In de beschouwingen zal hierover meer worden uitgeweid.

De frequenties van het trachoom blijken als volgt te zijn:

1. Kinderen van 0 t/m 1 jaar 3,19 %,

2. Kinderen ouder dan 1 jaar t/m 3 jaar 5,59 %,

Sluiten