Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren dan wij (voor de verschillende bevolkingsgroepen, n.1. van 41,57 % tot 90,15 %).

Zoo vond hij in het Cheribonsche (één der trachoomhaarden van Java in de zwaarbesmette streek 29,2 % granul. trach., 45,1 % litteekens, 25,5 % entropion, terwijl in de lichtbesmette streek: 80 % gran. tr., 20 % litteekens, 0 % entropion.

Geen der schoolkinderen had entropion of trichiasis.

De frequenties van complicaties (pannus, ulcera corneae, traanzakaandoeningen, etc.) was volgens Bakker in de zwaarbesmette streken 3,4 tot 25,1 %.

Over Japan zegt Sozuke: „die schweren Falie nehmen in den höheren Altern zu." Voorts: „Die Trachomfalle mit Komplikationen haufen sich stets mit dem zunehmenden Lebensalter."

Hieromtrent geeft hij een tabel, waaruit wij het volgende overnemen:

% van complicaties

m. vr. Totaal:

0— 5 jaar 6,8 14,6 10,7

5—10 „ 8,5 15,3 11,8

10—15 „ 16,3 26,6 22

15—20 „ 23,9 28 25,9

20—25 „ 31,4 35,1 33,2 n.1. op 5826 m. lijders:

25—30 „ 37,9 44,7 41,4 2124 met complicaties,

30—35 „ 45,9 52,4 49 en op 6396 vr. trachoom-

35—40 „ 55,4 57 56,2 lijders: 2726 met compli-

40—45 „ 51,6 34,1 42,8 caties.

45—50 „ 56,8 63,6 60,7

50—60 „ 62,5 66,6 64

60—70 „ 63 65,5 64,5

70 en ouder 62,7 76,3 71

36,5 42,6 39,7.

Hoewel niet voor de verschillende leeftijden nagegaan, bleek toch gedurende het onderzoek, dat het aantal gevallen met pannus, entropion, etc. ook op Midden Java steeg met den leeftijd.

Een andere tabel geeft Avizonis, die de gegevens bij bevolkingsonderzoek en op klinische patiënten met elkaar vergelijkt.

Malangin vond in Rusland overwegend trachoom III bij volwassenen (ongeveer evenveel als I en II samen), voorts 53,5 % cornea- en 45,5 % ooglid-complicaties,

Sluiten