Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bezien we hierbij de gegevens van enkele aangrenzende Oostersche landen omtrent trachoomfrequentie op de scholen:

mannelijke vrouwelijke

leerling leerling

Formosa:

Japanners 12,01% 12,25%

Chineezen 38,51% 30,94%

Autochtone bevolking 27,95% 30,69%

Schiereiland Korea :

Japanners 10,5% 11,2 %

Koreanen 6% — (te weinig onderzocht).

Moekden (China):

op de middelbare scholen:

Chineezen 22,02 %,

Japanners 3,02 %.

Deze statistische gegevens van Sozuke Miayshita berusten op een onderzoek van eenige honderdduizenden schoolkinderen.

Sprekend is hierbij het groote verschil in trachoom-frequenties onder de Japansche- en Chineesche schoolkinderen. Ongeveer een even hooge besmetting onder de Chineesche schoolkinderen vermeldde Fuchs, in zijn „Augenarztliche Erfahrungen in China". Hij vond trachoom één van de meest voorkomende oogziekten en bij 25 % der schoolkinderen.

In Britsch-Indië vond Wright in de trachoomstreek Kohat 96,2 % (waaronder bij 3,9 % met complicaties als pannus, entropion), en in Simla 3,1 %.

Van de andere landen zullen wij vermelden de vondsten in:

Palestina. Arabische schoolkinderen: 59 % (en wel 47,3 % onder schoolkinderen in de steden en 70,8 % onder die in de dorpen gedurende het jaar 1927). Onder Israëlitische schoolkinderen kwam bij 9,9 % (in 1928) trachoom voor.

Baku (vgl. Varsavsky) 30 %.

Marokko (vgl. Delanoe) bij 40 % der Mohammedaansche en bij 5 % der Israëlitische schoolkinderen.

Caiffa (vgl. Schimkin) in 1920, 35,4 % en dank zij behandeling in 1924 nog maar 10,5 %.

Sluiten