Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het hygiënische leven laat zich in zooverre gelden op het voorkomen van trachoom, dat men meer de aandoening vindt onder de lagere, dan hoogere klassen der bevolking en ook meer bij diegenen die leven in de alleronzindelijkste omgeving en het geregelde lichaamsonderhoud verwaarloozen, dan onder hen die leven in betere hygiënische omstandigheden en hun lichaam regelmatig verzorgen.

Onderricht in de elementaire hygiënische begrippen door mantris, volksonderwijzers, vaccinateurs en speciale propagandisten aan de bevolking, behoort mijns inziens dan ook tot een der voornaamste hulpmiddelen van de trachoombestrijding in Indië. Persoonlijk heb ik dan ook steeds er voor geijverd in het personeel van de trachoombestrijding in Midden Java personen te doen opnemen — de z.g. propagandisten — die na een bepaalde opleiding geregeld naar de kampongs trekken, waar zij onder gezellige kout (en vooral niet als geleerde autoriteiten) in de middag- en avonduren de kampongmenschen, de noodige hygiënische kennis bijbrengen. Hetzelfde deden reeds de mantris op aanwijzing van Bakker.

De infectiegraad van verschillende bevolkingsgroepen wordt blijkbaar beïnvloed door velerlei factoren en het blijft een vraag, welk aandeel elk ervan daar bij heeft.

Voor de door mij onderzochte bevolkingsgroepen is echter niet te miskennen de invloed van het alphabetisme en vooral dat onder de vrouwen (zie aldaar). Bet hoogste trachoompercentage gaat gepaard met het minste alphabetisme. Lezen en schrijven (dus onderwijs in het algemeen vooral voor het vrouwelijk geslacht) is dus wel van groot belang. De beste trachoomprophylaxe is mijns inziens dan ook het verhoogen van het algemeen ontwikkelingspeil.

Het onderzoek heeft aangetoond dat de verschillen in besmettingsgraad onder de verschillende bevolkingsgroepen blijkbaar in hoofdzaak door 2 momenten worden beheerscht, n.1.

Ie: Contact, afhankelijk van isolatie, bevolkingsdichtheid, communicatie der kampongs en verkeer, en 2e: het onwikkelingspeü (c.q. alphabetisme) in het algemeen, doch onder de vrouwen in het bijzonder. (Zie bijgaande schetskaarten).

De vraag, wanneer het trachoom begint, kunnen we voor de onderzochte streken en bevolkingsgroepen in het algemeen beantwoorden aldus, dat de aandoening reeds in de allereerste levensmaanden optreden kan, voorts (voor zooverre het aantal onderzochte trachomateuse zuigelingen bij de verschillende rassen conclusies toelaten) dat méér zuigelingen geïnfecteerd worden, hoe zwaarder een streek be-

Sluiten