Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geleidend vermogen voor warmte, die evenwel niet hebben verhinderd, dat de amalgamen het meest toegepaste vulmateriaal zijn geworden.

Het gutta percha is een materiaal, dat aan bijna alle der op blz. 1 genoemde vereischten goed of tamelijk goed voldoet. Alleen de geringe dichtheid van het oppervlak en vooral de zeer geringe hardheid, die ook door het toevoegen van bijmengselen als bijv. zinkoxyde niet afdoende kan worden verbeterd, hebben het gebruik van gutta percha beperkt tot enkele speciale gevallen, bijv. het vullen van wortels, het bedekken van de pulpa onder een vulling van een ander materiaal.

De jongste der plastische vulmaterialen zijn de cementen; het chloorzinkcement werd omstreeks 1860 ingevoerd; daarop volgden het sulfaat- en het fosfaatcement en ten slotte omstreeks 1900 het silicaatcement. Een cement bestaat uit een poeder en een vloeistof, die, op de juiste wijze met elkaar gemengd, een plastische massa vormen, die onmiddellijk in de te vullen tand wordt gebracht en dan in zeer korte tijd, gewoonlijk slechts eenige minuten, hard wordt. Samenstelling en eigenschappen van de verschillende soorten loopen sterk uiteen en in verband daarmee ook de mogelijkheden van toepassing.

Het chloorzinkcement2 is zeer eenvoudig van samenstelling; het poeder bestaat uit gegloeid zinkoxyde, de vloeistof is een geconcentreerde oplossing van zinkchloride, waaraan borax kan zijn toegevoegd. Het cement wordt vrij dik gemengd en onmiddellijk daarna in kleine hoeveelheden in de tand gebracht; het moet telkens goed worden uitgestreken en tegen de wand aangedrukt. Wanneer de holte volkomen droog is, hecht het cement vast aan de wanden. De zuur reageerende vloeistof kan soms een pijnlijke, bijtende werking uitoefenen. Het chloorzinkcement is niet zeer hard en wordt vrij snel door 'het speeksel en door vele spijzen aangetast, zoodat het door de latere fosfaatcementen dan ook vrijwel Scheel werd verdrongen.

Ook het sulfaatcement3 heeft zich niet kunnen handhaven vanwege zijn zachtheid en oplosbaarheid. Het poeder bestaat uit zinkoxyde en gecalcineerd zinksulfaat; de vloeistof is een oplos-, sing van arabische gom, waaraan glycerine, borax en phenol kunnen zijn toegevoegd. Het zinksulfaat kan ook, in plaats van met het poeder vermengd te zijn, in de vloeistof zijn opgelost. Wegens zijn geringe hardheid kan het cement slechts in zeer speciale gevallen worden toegepast, bijv. voor het vullen van

Sluiten