Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn melkachtig troebel en schijnen te bestaan uit zeer fijne kristalletjes. Waarschijnlijk is dit poeder een mengsel, dat een groote hoeveelheid CaFu bevat en zeer onvolledig gesmolten is.

Overzien we de samenstellingen der geanalyseerde cementen, dan blijken deze inderdaad uiteen te vallen in de vier in hoofdstuk I genoemde soorten, wat dan ook in de tabellen 5—8 reeds tot uitdrukking is gebracht.

Het chloorzink- en het sulfaatcement geven, na hetgeen cp blz. 61 en 62 werd gezegd, geen aanleiding tot nadere opmerkingen.

Het fosfaatcement bestaat uit zinkoxyde, waaraan bij P II en P III wat magnesiumoxyde is toegevoegd; de vloeistoffen bestaan uit geconcentreerd fosforzuur, waarin een weinig aluminiumfosfaat is opgelost en bij P II en P III ook een kleine hoeveelheid zinkfosfaat. P I en P IV, die van dezelfde fabriek afkomstig zijn, hebben vloeistoffen van precies gelijke samenstelling; hetzelfde geldt voor de vloeistoffen van P II en P III. P I en P Til zijn inlay cements, d.w.z. ze dienen voor het bevestigen van andere vullingen of van kronen en bruggen, terwijl P II en P IV bestemd zijn voor vullingen. Toch is er noch tusschen P I en P IV, noch tusschen P III en P II opvallend verschil in samenstelling; alleen zal P III misschien door het grootere gehalte aan MgO iets sneller reageeren dan P II, wat verband zou kunnen houden met de omstandigheid, dat een inlay cement zeer dun wordt gemengd. Overigens moet worden opgemerkt, dat P II en P III beide carbonaat bevatten, bij het mengen van poeder en vloeistof trad een gasontwikkeling op, waardoor het verharde cement poreus was; het carbonaat is ongetwijfeld gevormd door de binding van CO. door het MgO in de loop van de tijd. De aanwezigheid van MgO in het poeder beteekent dus een gevaar voor de bruikbaarheid van het cement.

P VI wijkt, zoowel wat het poeder als wat de vloeistof betreft, niet onbelangrijk af van de samenstelling der andere fosfaatcementen. Het kwarts in het poeder dient waarschijnlijk om het afslijten van het verharde cement tegen te gaan. Naast het lagere gehalte aan ZnO in het poeder staat een geringere concentratie van fosforzuur en aluminiumfosfaat in de vloeistof.

In tegenstelling met de fosfaatcementen loopen de silicaat-

Sluiten