Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als resultaten van de waarnemingen van al deze verschillende auteurs staat met voldoende zekerheid vast, dat bij de inwerking van zinkoxyde op oplossingen van ZnS04 slechts één basisch zout gevormd wordt, nl. 4ZnO.SOa met 8 of 7 H20. Het werk van Moody en van Dietrich en Johnston maakt het bestaan van een basisch sulfaat met 5 ZnO wel waarschijnlijk, maar deze verbinding wordt onder heel andere omstandigheden gevormd.

Voor de verharding van het sulfaatcement is hieruit af te leiden, dat die moet berusten op de vorming van het basische zinksulfaat met 4 ZnO op 1 S03.

2. Eigen onderzoek.

Daar de literatuur zoo duidelijke aanwijzingen over de inwerking van ZnO op oplossingen van ZnS04 verschaft, meenden wij een uitvoerig onderzoek van het ternaire stelsel ZnO—S03—H,0 achterwege te kunnen laten, vooral ook omdat het sulfaatcement, evenals het chloorzinkcement, voor de practijk slechts zeer geringe beteekenis heeft. Slechts werd de samenstelling gecontroleerd van het basische sulfaat, dat gevormd wordt bij inwerking van zinkoxyde op een oplossing van ZnS04; ook werd getracht, meer zekerheid te verkrijgen omtrent de vraag, of er inderdaad een verbinding bestaat met meer dan 4 ZnO cp 1 SO:! en of deze eventueel bij de inwerking van zinkoxyde op zinksulfaat in oplossing gevormd zou kunnen worden. Ten slotte werd door enkele microscopische waarnemingen nagegaan, of het reactieproduct in het sulfaatcement te identificeeren was. Daarnaast werd nogmaals kwalitatief de invloed van verhitting op de reactiviteit van zinkoxyde vastgesteld.

Dat de reactiviteit van ZnO door gloeien afneemt, werd reeds bij het onderzoek van het chloorzinkcement waargenomen. Deze vermindering van de reactiviteit kon ook bij de inwerking op ZnS04 in oplossing gemakkelijk waargenomen worden. Wanneer een hoeveelheid van 3 gr. ZnO werd gebracht in 15 cc van een oplossing, die 20 gew. % ZnS04 bevatte, dan bleek de tijd, noodig voor volledige omzetting van het oxyde, steik afhankelijk van de voorafgegane verhitting van het zinkoxyde. Was het oxyde gedurende 3 uren op 1100° C. gegloeid, dan had de omzetting zeer langzaam plaats; na 16 dagen was er, naast een in de vorm van naalden gekristalliseerd reactieproduct, microscopisch nog steeds veel ZnO zichtbaar. Bij een oxyde, dat ruim een uur op

Sluiten