Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgezogen en de massa gewasschen met water, alkohol en aether en aan de lucht gedroogd. Het reactieproduct bevatte 60.3 % ZnO (theoretisch voor 4Zn0.S0:,.8H:,0: 59.24 % en voor 4Zn0.S03.7H.,0: 61.25 %); het bestond weer uit naaldjes, die te fijn waren om er twee brekingsindices aan te kunnen meten, maar die practisch onzichtbaar waren in een vloeistof met brekingsindex n = 1.55. Ook onder de hier gekozen omstandigheden, waarbij de verharding van het cement wel zeer dicht benaderd was, werd dus weer dezelfde verbinding gevormd.

Ook bij hoogere temperatuur werd hetzelfde zout gevormd. Werd bij kookhitte 15 cc van een 20 % oplossing van ZnS04 een korte tijd gekookt met 1 gr. ZnO en heet gefiltreerd, dan kristalliseerde bij afkoelen een geringe hoeveelheid van een basisch zout, dat bleek te bestaan uit vrij groote naaldjes, die dubbel brekend waren met rechte uitdooving en waarvan de beide brekingsindices waren nlD = 1.53 en n^o = 1.56. Dezelfde naalden ontstonden ook uit een 40 % oplossing van ZnS04.

Zoo verkregen wij dus onder zeer uiteenloopende omstandigheden bij de inwerking van ZnO op ZnS04 in oplossing steeds hetzelfde basische zout met 4 ZnO op 1 S03, terwijl voor het watergehalte waarden werden gevonden, liggende tusschen die van Feitknecht (4Zn0.S03.7H.0, maar gedroogd boven chloorcalcium) en die van Kraut en Schulze (4Zn0.S03.8H20). Daar Feitknecht aantoonde, dat het vierde en de volgende moleculen HoO geen vaste plaatsen in het kristalrooster bezetten, zou het weinig zin gehad hebben, een antwoord te zoeken op de vraag, of het juiste aantal moleculen H,0 op 7 of op 8 gesteld moet worden.

Teneinde nog meer aanwijzingen te verkrijgen, vooral omtrent de mogelijkheid van het ontstaan van een basisch sulfaat met meer dan 4 ZnO op 1 S03, werd ook nog nagegaan, welke verbindingen er ontstaan bij reactie van ZnSO, in oplossing met NH,OH, KOH en KJ + KJ03.

Bij een oplossing van 1.2 gr. ZnSO., in 200 cc water werd onder voortdurend roeren 4 N ammonia gedruppeld, totdat na bezinken van het neerslag een nieuwe druppel van het reagens geen troebeling meer veroorzaakte. Het gevormde neerslag werd met water, alkohol en aether gewasschen en aan de lucht gedroogd. Bij microscopisch onderzoek bleek het te bestaan uit zeer fijne naaldjes, die met behulp van olieimmersie nog juist waarneembaar waren. Ze vertoonden dubbele breking met rechte uit-

Sluiten