Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe groot de oorspronkelijke concentratie van het P.O, was geweest, bij 25° C. was, nadat de eindtoestand bereikt was bij een waterdampspanning van 19 tot 23 mm, in het verharde cement de verhouding H,0 : P205 steeds als 7:1, waardoor bewezen wordt, dat naast de overmaat ZnO alleen het ZnHP04.3H20 aanwezig is. Crowell vat dan ook het verharde cement op als bestaande uit korrels ZnO in een dicht weefsel van ZnHP04.3H20, dat uit sferische aggregaten van vertakte kristallieten bestaat en aan het cement zijn vastheid en ondoordringbaarheid voor water geeft.

Behalve het werk van Crowell vermeldt de literatuur geen enkel systematisch onderzoek van de verharding van het fosfaatcement. RUFF, FRIEDRICH en ASCHER8"' nemen aan, dat bij alle cementen, ook bij het fosfaatcement, gelvorming een wezenlijke rol speelt bij de verharding. Zij namen waar, dat bij oplossen van zinkhydroxyde in fosforzuur van 80 % H3P04 een oplossing van zuur zinkfosfaat wordt gevormd, die steeds taaier wordt en ten slotte als gel kan stollen, waarna zich uit de glasachtige massa vast zinkfosfaat afzet. Zij hebben dit zinkfosfaat niet geïdentificeerd; ook vermelden zij niet de hoeveelheid Zn (OH);,, die in het zuur werd opgelost, noch de temperatuur waarbij gewerkt werd, zoodat het niet mogelijk is, deze waarneming te vergelijken met de resultaten van Crowell; bovendien wordt een zuur van zoo hooge concentratie nooit bij een cement toegepast.

Op de aanwezigheid van het aluminiumfosfaat in de vloeistof werd reeds even gewezen; het is wel opmerkelijk, dat noch Crowell, noch Ruff een rol van beteekenis toekennen aan deze verbinding, die toch, in tegenstelling met het zinkfosfaat, in geen der vloeistoffen ontbreekt. Het vermoeden ligt voor de hand, dat het aluminiumfosfaat wel degelijk voor de verharding van het cement van belang is, temeer daar de oplosbaarheid van het zinkfosfaat wel zou toelaten, het aluminium door zink te vervangen, wat tevens de bereiding van de oplossing zou vergemakkelijken, zooals uit het volgende nog zal blijken.

2. Eigen onderzoek.

Doel van het onderzoek was:

A. Door middel van het microscoop na te gaan, welk reactieproduct ontstaat bij de inwerking van het poeder op de vloeistof.

B. Daarna de beteekenis van het aluminiumfosfaat voor het cement vast te stellen.

Sluiten