Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk voor: bij mengsels, waarvan de samenstelling lag binnen de driehoek Qx—Q2—ZnHP04.3H20 en waar dus slechts het secundaire zout als vaste fase zou kunnen optreden, werd wel de zeer langzame kristallisatie waargenomen, die bij de vorming van dit zout steeds optreedt, waarbij het geheele volume van de vloeistof vol groeit met een fijn, dicht vilt, dat eveneens typisch is voor het secundaire zout, maar toch lag de samenstelling van het reactieproduct meestal tusschen die van het secundaire en van het tertiaire zout; een enkele maal werd zelfs het zuivere tertiaire zout verkregen. De oorzaak hiervan moet gezocht worden in de boven reeds genoemde, zeer gemakkelijke hydrolyseerbaarheid van het secundaire zout bij herhaald uitwasschen met alkohol van 95 %; daarbij werd meermalen een sterke volumevermindering van het zout waargenomen: omzetting van de volumineuze, viltachtige massa van het secundaire zout in de korte, krachtige naalden van het tertiaire zout.

Analyse: ZnO H20

Got. 53.3 15.7

53.3 15.9

Theor. 53.3 15.7

De verbinding kristalliseert in de vorm van heldere, korte, platte naaldjes of prisma's (foto 5), zwak dubbel brekend met rechte uitdooving; de brekingsindex nD = 1.59. Uit meer verdunde oplossing (3.5 gr. ZnO opgelost in 10 gr. fosforzuur van 60 % P.O., en de oplossing uitgeschonken in 35 cc water) werden veel grootere kristallen verkregen: rechthoekige plaatjes, waaraan zich in de hoekpunten scheeve vlakken beginnen te ontwikkelen (foto 6); bij de dikkere kristallen is de dubbele breking goed waar te nemen, zij zijn tusschen gekruiste nicols helder licht.

De verschillen tusschen het secundaire en het tertiaire fosfaat in kristalvorm en optische eigenschappen zijn groot genoeg om de beide verbindingen in het microscoop met zekerheid van elkaar te kunnen onderscheiden.

Het bleek niet mogelijk, in het verharde kunstmatige cement direct het reactieproduct microscopisch te identificeeren. 200 mgr. sterk gegloeid zinkoxyde werd langzaam vermengd met 100 mgr. van een vloeistof, bestaande uit 46 % P20,, 47 % H20 en 7 % ZnO; werd na de verharding de massa voorzichtig stuk gedrukt en gemicroscopeerd, dan bleek ze te bestaan uit korrels ZnO, aan elkaar verbonden door een andere stof, waaraan ook met de

Sluiten