Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogopslag duidelijk, dat het ZnHPO^H.O een dicht, sterk weefsel zal kunnen vormen, dat aan het cement zijn stevigheid kan geven, terwijl het Zn3(P04).,.4H;.0 dit onmogelijk kan doen.

In zuur van 30 en vooral van 40 % P=0., wordt voornamelijk het secundaire fosfaat gevormd; het schiet weer straalsgewijs in fijne naalden uit van de korrels ZnO; de naalden zijn gewoonlijk dicht aaneengegroeid en vaak zoo zuiver radiair symmetrisch gerangschikt, dat de gevormde rozetten, tengevolge van de rechte uitdooving der naalden, tusschen gekruiste nicols een fraai assenkruis vertoonen. Evenwel ontbreekt ook het tertiaire fosfaat niet; in verschillende preparaten werd het waargenomen, vooral in het midden, terwijl langs de rand, waar het zuur in overmaat aanwezig is, alleen het secundaire zout kristalliseert. Rondom de grootere kristallen van Zn3(P04) 2.4H;,0 vormde zich vaak een groote „Hof" tengevolge van de groei van het groote kristal ten koste van de kleinere, misschien ook van de stabiele fase ten koste van de metastabiele. Eigenaardig was ook, dat soms aanvankelijk gevormde, groote plaatjes van het tertiaire fosfaat door latere inwerking van het zuur werden omgezet in secundair, zoodat een pseudomorfose van het secundaire zout naar het tertiaire ontstond; deze was te herkennen aan de fijne structuur van evenwijdig gerichte vezels en de sterkere dubbele breking.

Foto 8 geeft een preparaat weer, waarbij de vloeistof bestond uit 44.5 % P.O., 45.5 % H.0 en 10 % ZnO; er is alleen secundair fosfaat gekristalliseerd; de structuur van de rozetten is zeer gced te herkennen.

Uit al deze waarnemingen kan de voorloopige conclusie getrokken worden, dat vrij zeker bij de verharding van het cement aanvankelijk alleen ZnHP0.,.3H.,0 gevormd zal worden, terwijl tegen het eind, wanneer de concentratie van het zuur gering geworden is, ook wel Zn3(P04)2.4Ho0 zal kristalliseeren. Of deze kristallisatie van het tertiaire zout misschien niet plaats zal hebben, wanneer het secundaire reeds in groote hoeveelheid aanwezig is, blijkt nog niet duidelijk.

Daarom werd een kleine hoeveelheid ZnO gebracht in een moederloog met kristallen van ZnHPO^.SHoO (uit 30 P20.-,, 18 ZnO en 52 H;,0); er vormden zich bundels naalden van het secundaire fosfaat, maar daarna ook kristallen van het tertiaire. Tertiair fosfaat werd ook gevormd, wanneer ZnO en ZnHPO^H.O, van tevoren in een mortier gemengd, in fosforzuur van 12 % P205 gebracht werden.

Sluiten