Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijkt evenwel, dat het veel verschil maakt, of de neutralisatie plaats vindt met ZnO of met ALOa; de vertragende werking van het Al-fosfaat is zeer veel sterker.

Een opvallend verschil is ook, dat bij de nos. 1 en 2 de massa bij het mengen weinig plastisch is en niet geleidelijk, maar plotseling hard en brokkelig wordt; het cement is practisch niet te verwerken. Bij de nos. 3 en 4 daarentegen is de massa tijdens de menging goed plastisch en wordt geleidelijk hard.

Op het uiterlijk van het verharde cement heeft het Al-fosfaat geen invloed; de nos. 1—4 waren zonder uitzondering na de verharding dof en ondoorschijnend; hoogstens was bij de Al-houdende cementen het oppervlak iets minder ruw dan bij de andere.

De groote beteekenis van het Al-fosfaat voor het chemisch gedrag van het cement bleek reeds uit de bescherming van het secundaire zinkfosfaat tegen hydrolyse. Enkele eenvoudige proeven stelden deze beteekenis nog nader in het licht. Van zinkoxyde, gegloeid op 1350° en gezeefd door een zeef met 100 mazen per cm, werd de fijne fractie met de vloeistoffen I, II en III aangemaakt tot bolletjes cement van plm. 5 mm middellijn. De mengverhouding was 800 mgr. ZnO op 300 mgr. vloeistof, behalve bij vloeistof no. III, waar wegens de te snelle verharding slechts 600 ZnO op 300 vloeistof kon worden gebruikt; ook konden hier geen ronde bolletjes gekneed worden, maar moest genoegen genomen worden met platter gevormde stukken. Deze cementen werden na eenige dagen gekookt in 50 cc van respectievelijk 0.5 N en 0.25 N HC1, waarin ze wel, en 2 N KOH, waarin ze niet helder oplosten. De tijd, voor het oplossen benoodigd, werd gemeten; tabel 10 geeft een overzicht van deze tijden.

TABEL 10.

Vloei Samenstelling Tijd in min. voor opl. in

stof H20 PA ZnO Al2Os y HC1 ^HCl 2 N KOH

III 49 48 7 — 3 40 27

I 49 48 — 3 5 23 20

II 49 48 — 5 8 55 10

Het Al-fosfaat verhoogt de bestendigheid van het cement tegen

Sluiten