Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ZnO geeft cementen van hoogere drukvastheid dan het A1203; mengsels van de beide geven tusschenliggende waarden.

Weliswaar blijven de waarden van de drukvastheid bij deze cementen aanmerkelijk ten achter bij die van de tandcementen, maar de cijfers doen toch verwachten, dat het mogelijk zal blijken, door het aanbrengen van verbeteringen de combinaties ZnO-ZnSiF,; of Al203-ZnSiFu te ontwikkelen tot snel verhardende cementen van goede drukvastheid.

Tegen de inwerking van water bleken deze cementen alleen bestand wanneer de drukvastheid voldoende was; had deze grootheid een zeer geringe waarde, dan brokkelde het cement in water af of viel zelfs tot poeder uiteen.

In tegenstelling met de tandcementen verdween bij deze cementen de zure reactie op vochtig lakmoespapier ook op den langen duur niet, zelfs niet bij het cement met het poeder van ZnO, dat zwakker zuur reageerde dan dat met A1»03.

De viscositeit van de vloeistoffen en daarmee de plasticiteit van de cementen kon verhoogd worden door toevoegen van fosforzuur en Al- en Zn-fosfaat; de drukvastheid werd hierdoor evenwel hoogst ongunstig beïnvloed.

Door middel van gekleurde microfoto's kon Friedrich de vorming van kiezelzuur-gel in het verhardende cement van ZnO en ZnSiF,; aantoonen met behulp van methyleenblauw. In een slijpplaatje van het cement van A1203 en ZnSiFu werden fijne kristalletjes van ZnF2 en A1F3 gevonden.

De chemische reactie tusschen het oxyde en de oplossing berust op de hydrolyse van het silicofluoride. Het is bekend, dat silico-' fluoriden door basen worden omgezet volgens de vergelijking

R2SiFu + 4MOH -> 2RF + Si(OH)4 + 4MF. De hydrolyse van het SiFó" wordt hierbij afloopend gemaakt door verplaatsing van het evenwicht:

SiF„" + 2H20 + aq =£ Si02.aq + 6F' + 4H'. H" + OH' ^ H,0.

De hydrolyse van het complexe ion SiF,," kon Friedrich aantoonen door meting van de pw van verzadigde (0.16 molair) en half verzadigde oplossingen van ZnSiF,-,; deze bleken nl. een ph ongeveer 2.5 te hebben. Deze lage waarde kan niet veroorzaakt zijn door de reactie

Zn" + 2H20 ^ Zn (OH), + 2H-;

in dat geval toch zou de pH van de oplossingen ongeveer moeten overeenkomen met die van een verzadigde oplossing van ZnS04

Sluiten