Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezamenlijk naast de oplossing stabiel zouden zijn, kon niet worden vastgesteld, doordat bij 25° C. de omzetting

CaHP04.2H20 ^ CaHP04 + 2H20 onmerkbaar langzaam verloopt. Bassett stelde dit punt waarschijnlijk ongeveer bij 0.5 % P,0, en 0.2 % CaO; Cameron en Bell leidden uit een later onderzoek113 af, dat dit punt bij een hoogere concentratie moet liggen, nl. bij plm. 15 % P20.-„

In het gebied van de zeer kleine concentraties vond Bassett111'109 als vaste fasen het tertiaire zout Ca3(P04)2.xH20 (kromme EF), oxyapatiet Ca:i(P0,)2.Ca0.xH:,0 (langs FG) en calciumhydroxyde (langs GH). Ook bij dit onderzoek van Bassett vertoonden de vaste fasen in hun samenstelling soms nog geringe afwijkingen van de formules, zoodat er nog geen afdoende zekerheid aangaande de evenwichten bij kleine concentraties verkregen is.

De meening van Cameron en Bell, dat er tusschen het CaHP04.2H20 en het Ca(OH)2 een ononderbroken reeks mengkristallen zou bestaan, is gebaseerd op oplosbaarheidsbepalingen, waarbij ongetwijfeld de instelling van het evenwicht, waarvoor bij 25° C. I/2 a 2 jaar noodig is109, nog niet bereikt was.

Trachten we nu aan de hand van deze gegevens de vraag te beantwoorden, welk calciumfosfaat bij de reactie tusschen poeder en vloeistof van het tandcement gevormd zou kunnen worden, dan mogen we de vorming van het primaire zout wel uitgesloten achten, omdat de reactie in het cement slechts zwak zuur blijft. Nemen we verder in aanmerking, dat in het ternaire stelsel Ca0-P20.,-H20 de isotherme voor het dicalciumfosfaat zich bijna tot het neutrale punt (p/y = 7) uitstrekt, dat vrij zeker het tertiaire zout in een zeer klein gebied bestendig is en dat hoogstwaarschijnlijk het gebied van het oxyapatiet reeds vlak bij het neutrale punt begint, dan kunnen we geen van deze drie verbindingen a priori uitgesloten achten. Hoogstens zou voor waarschijnlijk gehouden kunnen worden, dat bij de geleidelijke neutralisatie van de zure vloeistof het secundaire zout zou worden afgescheiden, terwijl, wegens de buitengewoon langzame instelling van de evenwichten in de buurt van het neutrale punt, het verdere lot van dit zout geheel onzeker is, daar bovendien de uiteindelijke samenstelling van de vloeibare fase in het cement onbekend is. Ook is niet aan te geven, of het dicalciumfosfaat als watervrije verbinding of als dihydraat verwacht zou moeten worden, omdat er te weinig zekerheid bestaat omtrent

Sluiten