Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd. Daarna werd afgezogen, gewasschen met koud water, alkohol en aether en het zout aan de lucht gedroogd. Het was een zandig, kristallijn poeder. Voor het gewichtsverlies bij gloeien werd gevonden: 7.28 en 7.10 %, zoodat werkelijk de verbinding CaHP04 was verkregen (theor. 6.62 %), waarschijnlijk verontreinigd met het dihydraat.

Bij microscopisch onderzoek bleek de verbinding te bestaan uit heldere, sterk dubbel brekende korrels van onbepaalde, maar massieve vorm.

Het CaHP0v2H.0 werd op dezelfde wijze neergeslagen: door bijdruppelen van een oplossing van 0.1 mol {NH^HPOj aan een oplossing van 0.1 mol CaCL en 0.1 mol NH,H»P04, maar bij gewone temperatuur. Het neerslag was veel volumineuzer dan dat van het CaHP04; bij eenige uren staan werd het iets grover. Uit het gevonden gloeiverlies (26.7 en 26.3 %, theor. 26.2 %) bleek, dat de verbinding beantwoordde aan de formule CaHP04.2H20.

Het zout bestond uit microscopische kristalletjes, die sterk dubbel brekend waren. De vormen waren vrij sterk varieerend; het waren evenwel steeds platte plaatjes met onregelmatige begrenzing; sommige waren langgerekt van vorm, enkele zelfs naaldvormig; dan was er rechte uitdooving.

Regelmatiger gevormde kristallen werden verkregen door het dihydraat op eenigszins andere wijze neer te slaan: aan een oplossing van 0.1 mol CaCL in 300 cc water met eenige druppels azijnzuur werd druppelsgewijs een oplossing van 0.2 mol sec. ammoniumfosfaat toegevoegd bij gewone temperatuur onder voortdurend roeren. Het neerslag was eerst amorf, maar werd in ongeveer een uur kristallijn. Het bestond uit platte, langgerekte plaatjes, waarvan de lange zijden evenwijdig waren; de begrenzing aan de einden was scheef of geheel onbepaald. Ook kwamen zeer veel goed gevormde, langgerekte parallelogrammen voor. Deze kristallen vertoonden de grootst mogelijke overeenkomst met de in het cement gevormde kristallen. De uitdoovingshoek was ook hier sterk varieerend; gemeten werden hoeken van 15 tot 70°.

Hiermee werd wel een sterke aanwijzing verkregen voor de identiteit van de in het silicaatcement gevormde kristallen met het CaHP04.2H,0. Volkomen zekerheid is hiermee echter niet bereikt, omdat de omstandigheden tijdens de vorming van de kristallen teveel verschillen van die in het cement, terwijl het niet ondenkbaar is, dat bijv. het watervrije zout CaHP04 in het

Sluiten