Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poeder S III werd 30 mgr. vermengd met 60 mgr. van de vloeistof nr. 3 (blz. 132), waarin van te voren wat methyleenblauw was opgelost. Door middel van het microscoop kon worden waargenomen, dat er blauw gekleurde vlokjes gel in de preparaten gevormd werden. Er ontstaat bij de verharding van het cement dus wel vrij kiezelzuur.

De aanwezigheid van vrij kiezelzuur in het verharde cement is ook a priori wel te verwachten. Het poeder S III bevat SiO. en F in de gewichtsverhouding 22.3 : 24.6, wat overeenkomt met 1.5 gramaequivalent Si02 op 1.3 gramaequivalent F. Er zou dus nog vrij kiezelzuur overblijven, zelfs wanneer het fluoor kwantitatief in silicofluoride werd omgezet.

Bij reactie van het poeder van S V met de vloeistof nr. 3 bij aanwezigheid van methyleenblauw werd eveneens de vorming van kiezelzuur waargenomen. Omdat het niet onmogelijk is, dat alle fluoor in dit poeder aanwezig is als CaF., zegt in dit geval de waarneming van het kiezelzuur niet veel.

Ten slotte werd nog aandacht geschonken aan de vraag, of er bij de chemische reactie in de fluoorhoudende cementen een weefsel van gels en kristallen ontstaat, evenals we dat vonden bij het cement S I, dan wel of er uitsluitend colloïdale producten gevormd worden.

Op geheel dezelfde wijze als bij het onderzoek van de chemische reactie in het cement S I werden ook met de beide cementen S III en S V microscopische waarnemingen verricht. De poeders werden in verschillende verhoudingen vermengd met fosforzure oplossingen van gevarieerde samenstelling, teneinde de gunstigste omstandigheden voor de vorming van waarneembare kristallen op te zoeken.

Bij het vermengen van 30 mgr. van het poeder van S V met 90 mgr. van de vloeistof nr. 4 (38 % P.O-,, 51 % H,0, 11 % ZnO) waren aanvankelijk geen kristallen waar te nemen, maar na verloop van een dag waren er groote, dubbel brekende naalden gevormd, waarvan het uiterlijk volkomen overeenkwam met de naalden van Ca-fosfaat, die vroeger in het cement S I waren waargenomen. Ook hier vertoonden de naalden scheeve uitdooving, waarbij hoeken van 35 , 40 , 50° en 62° werden gemeten. We mogen dus wel aannemen, dat ook hier bij de verharding van het cement o.a. CaHP04.2H;,0 gevormd wordt.

Behalve deze naalden werden nog groote, dunne, dubbel

Sluiten