Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

De „omlegging" van aromatische diazoaminoverbindingen moet worden opgevat als een splitsing van het molecuul in de oorspronkelijke diazoniumverbinding en het amine, gevolgd door hernieuwde koppeling tot de aminoazoverbinding.

Ber. 61, 392 (1928).

VIL

Met hun onderstelling, dat bij alle cementachtig verhardende massa's de vorming van gels een wezenlijke factor in het verhardingsproces is, gaan RUFF, FRIEDRICH en ASCHER te ver.

Z. f. angew. Ch. 43, 1081 (1930).

VIII.

Het is in het algemeen niet gewenscht, bij het weergeven van malonestersynthesen de natriummalonester voor te stellen door een formule, waarin het natriumatoom gebonden is in een carboxylgroep.

IX.

Het neerslag, dat in alkalische oplossing ontstaat bij de reactie tusschen Ca" en PO/", is niet tricalciumfosfaat, maar hydroxylapatiet.

Treadwell I, 79.

Z. f. anorg. Ch. 206, 227 (1932).

X.

Het verdient aanbeveling, op een propaedeutisch practicum analytische scheikunde niet de oefeningen in de kwalitatieve, maar die in de kwantitatieve analyse te doen vooropgaan.

XI.

Het door MUHAMMAD QUDRAT-I-KHUDA gegeven bewijs voor de stabiliteit van de „boot"- en de „zetel"-vorm van de zesring in l-methyl-cyclohexaan-4-azijnzuur-4-carbonzuur is aan bedenking onderhevig.

J. Indian chem. Soc. 8, 277 (1931).

Sluiten