Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkz&ainheid. Men vcrversche de 1 ucfit in de kamers dagelijks, ja zelfs wanneer het noodig is, herhaalde malen daags, of zorge door middel van luchtkleppen (die zoo gemaakt zijn, dat de daardoor te weeg gebragte treklucht het kind geen nadeel kan aanbrengen) voor eene onophoudelijke, onmerkbare verversching der lucht; men drooge geene wasch in de kinderkamers; men hrenge de kinderen, wanneer de kamers geschrobt zijn, tot na het volkomen opdroogen der vloer, in eenc andere kamer, en verwijdere met zorgvuldigheid alles wat door uitwaseming de lucht bederft. J. H. Kopp (1) deelt ons een geval mede van een zenuwachtig kind , hetwelk des morgens stierf, nadat zich deif avond te voren een man naast de wieg met zevenboomolie ingesmeerd en des nachts in de kamer geslapen had; en in een tweede geval werd een vierjarig kind ziek door den reuk van sassafrasolie, zonder dat men in beide gevallen eene andere schadelijke oorzaak had kunnen opsporen. Hetzelfde geldt ten opzigtc van sterk riekende bloemen en vooral ook van de sterke reukpoeders, waardoor men de lucht zoekt te verbeteren, door welke men dezelve integendeel nog meer bederft; ook het bovenmatig verwarmen der kamers brengt maar al te veel tot het bederf der lucht bij. Volgens Tissox ontstaan daardoor congestien naar de werktuigen der ademhaling, zwakte der longen, benaauwde ademhaling, en hij schrijft aan het te heet stoken der kinderkamers grootendeels de ongewone sterfte der kinderen toe. De zuivere lucht in de kamers alleen is echter voor de kinderen niet voldoende; zij moeten ook, zoo lang het weder gunstig is , dagelijks in de open lucht gebragt worden, waarbij men naauwkeurig acht moet geven op den warmtegraad van den omgevenden dampkring, en vooral zorg dragen, dat de kinderen niet aan scherpen wind worden blootgesteld, liet nadeeligst echter is de snelle afwisseling van temperatuur, en dit zoo veel te meer, naar mate het verschil tusschen den warmtegraad in de open lucht en in de kinderkamer grooter is.

7) liet meest echter en het sterkst wordt gezondigd ten opzigte van de voeding, en wel niet alleen bij de zonder moederborst groot gebragtc kinderen, maar ook bij de door moeders en minnen gezoogden. De fout ligt hier: o) in de ongepaste leefwijze der zogenden; b) in het te vroegtijdig overladen met voedsel; c) in de keuze der voedingsmiddelen , welke men aan het zoo teedere kind geeft; d) in het te buitengaan wat de hoeveelheid betreft; e) in het verkeerde spenen; ƒ) in het onbepaalde van de voeding en g) in het gebrekkige van het kunstmatig opvoeden , zonder moederborst.

liet is onze pligt hier opmerkzaam te maken op het dwaalbegrip , hetwelk vele menschen hebben opgevat, en hetgeen zeer nadeelige gevolgen na zich sleept, dat namelijk het kind telkens voedsel zou verlangen, wanneer het schreeuwt of onrustig is , uit welken hoofde zij het dau ook overvoêren, daardoor de onrust doen toenemen, en alsdan somtijds, in de meening verkeerende , dat de moedermelk geen voedsel genoeg bevat, het kind zelfs spenen, en het door verschillende, in ieder geval echter voor de bewerktuiging van het kind minder passende spijzen zoeken te voeden. Een zuigeling, welke door de moederborst gevoed

(1) Denkwiirdigkciten in der arztf. Praxis, Bd. I. Frankfort a. M. 1850. 8.

Sluiten