Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch heelt zulks plaats. Hier ligt echter de schuld mindêr aan dc minnen, dan wel aan de menschen welke zij dient; bij de oppassing eener min wordt namelijk te weinig gelet óp haar ligchaamsgestel en op haar vroeger leven en beroep, van welke men, zal hare gezondheid niet lijden, niet te veel mag afwijken. Laat men eene vroeger aan zwaren arbeid gewone minne, die tot nu toe zich gevoed heeft met spijzen, die zwaar te verteren zijn, onder eene zeer ligte dieet, rustig naast het kind in de kamer zitten , dan zal zij zeker spoedig beginnen te kwijnen, de melk zal té zwaar voor het kind worden en het zal aan winderigheid, verstoppingen lijden, onrustig worden, weinig slapen en niet behoorlijk groeijen. In zulke gevallen moet men zorg dragen, dat de minne het zwaarste werk mede verrigt en niet al te gemakkelijk te verteren spijzen tot voedsel bekome; alle scherp zure, zeer verhittende, gezouten en winderige spijzen, alsmede geestrijke dranken, zijn volstrekt te vermijden.

Zeer wijs heeft de natuur het eerste voedsel uit de borst met slechts weinige voedzame bestanddeelen bedeeld (s), en aan het colostrum tevens ontlastende eigenschappen gegeven, opdat het kind door deze vloeistof als liet ware eerst het verteren van spijs leeren en het darmkanaal van het taaije meconium ontlast worden zoude. Riciiard (1) heeft derhalve, naar ons inzien, de natuur al zeer weinig begrepen, wanneer hij dezel\e beschuldigt , dat zij den misslag begaat de eerste moedermelk dun en ontlasting bevorderende af te scheiden, en daarom aanraadt, bij de keuze eener min zorg te dragen, dat dezelve het kraambed reeds verlaten heeft. Het zoude ons te ver leiden, indien wij hier de talrijke uitkomsten van het microscopisch onderzoek der moedermelk wilden mededeelen, welke wij inden laatsten tijd aan de ijverige navorschingen van Al. Donné (2), J. Franz Sraos (3), Henle (4), Mandl (5), Nasse (6), Moreaü, Baron,

(s) De eerste melk is gewoonlijk zeer rijk aan vet, minder rijk aan de proteïne bevattende , voedzame kaasslof, als ook aan melksuiker. Door liet mikroskoop ziet men in liet colostrum de veel kleinere melkbolletjes in ruimere hoeveelheid en , vooral de grootste , opeengehoopt; bovendien vindt men in hetzelve gele ligelianmpjes van meerderen omvang. van eenen korrelachtigen inhoud, welke met den naam van colostrum-ligehaampjes zijn bestempeld geworden. Deze laatste verdwijnen na eenige dagen , terwijl Donné evenwel bij sommige ongesteldheden der borsten, als zwelling der nielkklieren of beginnende ontsteking, dezelve ook later weder waarnam; bij welke ziekelijke toestanden overigens, volgens denzelfden schrijver, het zog in bet algemeen weder het karakter van het colostrum aanneemt.

Vert.

(1) Traité pratique des maladies des enfans. Paris et I-yon, 1839, bi. 147.

(2) Dn lait et en particulier de celui des nourrices consideré sous Ie rapport de scs bonnes et mauvaises qualites nutritives et de ses alterations. Paris, 1837. 8.

(o) Joh. iViiller s Areliiv. fiir Anatom. Physiol. und wissenschaftl. Medicin. 1839, Heft.. 1. Vergelijk Hft. 2 en Pliarinaceut. Centrbl. 1839. no. 43.

(4) ». Frorieps neue Notizen etc. JBd. XI. St. 3 , S. 33. Weimar, 1839. 4. '

(8) Ter zelfder plaatse, lift. 3.

(6) Müllers Areliiv. etc. 1840, Hft. 3.

Sluiten