Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geaardheid der melk de oorzaak daarvan gelegen (t). In sommige gevallen echter ligt de oorzaak, waarom het kind niet zuigt, in misvormingen of ziekelijke aandoeningen van de mondholte, b. v. in het aanwezig zijn van eene hazenlip, in het ontbreken van de huig, in het gespleten zijn van het gehemelte, in eenen te korten tongriem, in vergroeiingen van de tong, in liet kikrorschgezwel, enz. of in eenen geheel verstopten en zamengegroeiden neus. Somwijlen ligt in algemeene zwakte, onvolkomene ademhaling, in verlamming van de aangezigts- en halsspieren , ten gevolge van zeer zware verlossingen, of in eene ontsteking van den mond gedurende het vormingstijdperk van de spruw, in zweren in den mond aanwezig enz., de oorzaak , dat het. zuigen niet behoorlijk plaats grijpt -of afgebroken wordt. Deze verschillende oorzaken moeten behoorlijk onderscheiden en in het oog gehouden , en het geneesplan naar dezelve gewijzigd worden.

Zoo het mogelijk is , late men het kind zoo lang door de borst voeden, tot dat eenige melktandjes te voorschijn gekomen zijn, waardoor de natuur de geschiktheid tot het opnemen van ander voedsel schijnt aan te duiden. Bij het spenen zij men voorzigtig; men verwijdere de kinderen slechts langzamerhand van de borst en vermindere de hoeveelheid melk in dezelfde verhouding, als hun andere voedingsmiddelen in grootere hoeveelheid worden toegediend. De ondervinding bewijst, dat kinderen , die gedurende een half jaar en langer niets dan moedermelk kregen en dan spoedig gespeend werden, volstrekt geen ander voedsel nemen wilden, en in den hoogsten graad onrustig, door deze snelle en aanmerkelijke verandering in de wijze van voeding mager werden en in krachten afnamen, ja zelfs aanhoudend aan eene slechte spijsvertering leden. Worden daarentegen zuigelingen reeds na de eerste maanden van hun leven langzamerhand aan andere spijzen gewend, geeft men hun, in het begin natuurlijk in zeer geringe giften, dagelijks tweemaal een weinig goed geweekte beschuitpap, late men hun later een weinig vleeschnat gebruiken en gewent inen dezelve dan langzamerhand ook een weinig inelk en ligt bier te drinken, dan zijn de gevolgen voortreifelijk. Indien men zoo te werk gegaan is , late men reeds zes tot acht weken voor hel spenen het kind telkens minder dikwijls de borst geven, en versterkt in dezelfde mate de gift van het toegediende drinken, waardoor bij de moeder of minne de melkafscheiding allengskens afneemt, het spenen minder bezwaren oplevert en het kind op die wijze onbemerkt ander voedsel krijgt , zoodat het door het missen der borst, niet onrustig wordt, en men aan het ligchaam van het kind geene merkbare verandering waarneemt.

Vraagt men hoe lang het doelmatig kan geoordeeld worden het kind te laten zuigen , dan is dit voorzeker met betrekking tot het kind gemakkelijk te bepalen , wanneer men het doorbreken van de eerste melktanden in het algemeen als het door de natuur zelve aangegeven tijdstip voor het ontwennen van de borst aanneemt, maar er kunnen gevallen bij de moeder en de min voorkomen, waarin het zogen onraad-

(t) liet colostrum , zegt Malthysseiis, is somwijlen \an eenen onaangename» smaak, waardoor het kind weigert hetzelve te nemen. In dit geval moet men de moeder daarvan ontdoen , en het pasgeboren kind gedurende een ol' twee dagen gerstewater ol' koemelk , met suikerwater gemengd, tot voedsel geven. Vert.

Sluiten