Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gclrjke kwaal lijdende is. Voorzigtigheidsmaatregelen zoowel bij liet gebruik van het bad, als bij het wasschen van het gehecle ligchaam, zijn deze:

1) Het bad mag noch te heet noch te koud, maar laauw-warm zijn en slechts in eeDe matig verwarmde kamer worden aangewend.

2) Onmiddellijk na den slaap, en in liet algemeen wanneer het kind uitwasemt, is het schadelijk; alsmede dan, wanneer het kind kort te voren voedsel tot zich genomen heeft, om het even of dit uil de moedermelk of uit ander voedsel bestaan heeft.

3) Men late het kind nooit te lang in het bad , (liefst een kwartier uurs of twintig minuten) en zoodra het water begint koud te worden, is het noodig er warm bij te gieten.

4) Na het baden drooge men het kind zorgvuldig af; dit afdroogen moet meer in een zacht opnemen van het vocht door middel van verwarmde doeken, dan wel in een sterk afwrijven of afvegen van de teedere huid van het kind bestaan.

Na het bad en het afdroogen wordt het kind in verwarmd linnengoed gestoken en in een warm bed gelegd. Dat men het kind gedurende de heete zomerdagen minder warm mag toedekken en koeler moet laten liggen, begrijpt men ligtelijk. Later, wanneer het kind minder kunstwarmte noodig heeft, kan men zelts met voordeel liet vederenbed door matrassen doen vervangen.

Het is altijd nog eene zeer algemeene gewoonte, de kinderen , in plaats van in een gewoon bed, in eene wieg te leggen, hetgeen, volgens ons inzien, de geneesheeren op alle mogelijke wijzen moesten zien tegen te gaan, daar het voorzeker even min noodig, als voor het kind voordeelig is (x). Wij houden ons namelijk overtuigd, dat het niet om het even is, of een kind van vermoeidheid van zelf inslaapt, of dat ■wij het door wiegen zoeken in slaap te brengen , daar de slaap in het laatste geval slechts kunstmatig door het heen en weder slingeren van het hoofd en de daardoor bewerkte schommelende beweging van de hersenen veroorzaakt wordt. Ieder kind slaapt van zelf, wanneer het rust behoeft, in zijn vaststaand bed in; wordt echter het kind door wiegen in slaap gebragt, dan is de rust minder zacht en vast en het kind verlangt, tot groote last van de moeder, ook des nachts de schommelende beweging, waaraan men het gewend heeft. Men kan wel is waar hiertegen inbrengen, dat het wiegen de spijsvertering van het kind bevordert, doch aan den anderen kant maken wij opmerkzaam i, dat men verkeerd zoude handelen, het kind dadelijk na den maaltijd in slaap te wiegen, daar men daardoor braking zoude bevorderen en opwekken , en vervolgens dat de natuur gedurende den slaap de spijsvertering langzaam wil doen plaats grijpen. De slaap verlangt de rust van het geheele ligchaam en derhalve eene langzamere spijsvertering dan gedurende den tijd van het waken. Wordt dit evenwigt verbroken, dan wordt de slaap gestoord , want de spijsvertering werkt zoo wel op de

(x) Hierin verschilt de schrijver van P. Frank, Jahn en lateien, die liet zachte wiegen 'uij niet gevulde maag op minder of meerder aannemelijke gronden trachten te verdedigen. Wij stemmen eeliter volgaarne met I/enkc in, dat deze beweging volstrekt niet onontbeerlijk is, als meii bet kind maar niet daaraan gewend heeft. Virt.

Sluiten