Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

atrophische kinderen, bij reeds ver gevorderde ziekte, de handen, dan toont dit, volgens LüBiscn, de hoogste zwakte aan.

Sommige kinderen bewegen de armen in ziekten volstrekt niet, maar geven het gevoel van pijn te kennen, wanneer men deze beweegt. Kan men in dergelijke gevallen geen plaatselijk lijden aan het onbewegelijk liggende lid, vooral in de gewrichten van hetzelve bespeuren , dan moet men aan eene ontsteking van het borstvlies denken. Neemt men een kind, dat koorts heeft, uit het bed, en vat het onder de armen, dan schreeuwt het kind niet zelden aanhoudend van pijn. Deze schijnt door de drukking op de in de okselholte liggende klieren te ontstaan , of door de uitrekking van het schoudergewricht en der huid van den geheelen romp te zijn veroorzaakt. I-^cgt men namelijk bij dergelijke zieke kinderen de eene hand tusschen de schouders en de andere onder het kruis, en tilt dezelve dan op, dan geschiedt dit zonder pijn.

Het herhaalde aanhalen naar den buik cn het afslooten der beenen bij schreeuwende kinderen geeft, zoo als wij reeds hebben vermeld , vooral bij zuigelingen te kennen, dat zij aan pijnen, door winden veroorzaakt, lijden. Het heen en weder bewegen van den in het kniegewricht gebogen voet, nam Gölis bij kinderen waar, welke aan hydrocephalus acutus leden. Bij rhachitis en tabes meseraica spreidende kinderen de knieën ver uiteen en trekken tevens de kruiselings over elkander geslagen voeten op, zoodat de hiel tegen de billen te liggen komt.

Löbisch herinnert echter te regt, dat men met betrekking tot deze onderscheidene soorten van beweging en ligging altijd op de vroegere gewoonten van het kind letten moet, opdat men niet een louter toeval voor een ziekleverschijnsel houde.

Behalve de ligging en houding hebben wij bij kinderen de geheele oppervlakte van het ligchaam te beschouwen; deze biedt den geneesheer veel opmerkelijks aan. Vooreerst verdient zijne opmerkzaamheid de kleur der huid. Bijna alle pasgeborenen vertoonen na de geboorte eene sterke roodheid der huid , die gewoonlijk drie tot vijf dagen lang aanhoudt , en zich na dien lijd onder verschillende nuances weder verliest. Jaiis (1) zag in enkele gevallen kleine gedeelten der huid van deze roodheid (die hij roodzucht [Itothsucht] noemt) verschoond blijven ; zij is echter gewoonlijk over de geheele ligchaamsoppervlakte verspreid. Oi deze kleur der huid van enkele plaatsen uitgaat, is nog niet opgemerkt geworden ; slechts in een enkel geval zag Juin het onderlijf het eerst rood worden. De oorzaak dezer roodheid moet in den sterken toevloed van bloed gezocht worden , die hij iedere ontwikkeling van een werktuig en derhalve ook bij de groote verandering, die de slijrnvliesaardige uitwendige huid van het foetus na de geboorte ondergaat, plaats heeft (99). Billard heeft waargenomen, dat de huid, wanneer hij de roode plaatsen met den vinger zacht drukte, en daardoor het bloed uit de haarvaten dreel, eene geelachtige kleur vertoonde (die echter na het ophouden der drukking spoedig weder verdween), en dat de roodzucht langzamerhand in de ge el-

(1) Med. Conversationsblatt von Holiubaum nnd J.ihn. 1850 , Nr. 20.

(W) Anderen hebben de oorzaak dezer huidkleur gezocht in het wasschen der pasgeborenen , en wel met meer of min prikkelbare middelen 0111 de huid van de vernix caseosn te ontdoen ; Jlillard echter nain deze roodheid waar, ook zelfs voor dat het wasschen had plaats gegrepen. Vert.

Sluiten