Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tKeper liegende storing in het wedervoortbrcngmgsstelsel hareu oorsprong , krijgt het gezigt een oud, gerimpeld voorkomen , en zijn de spieren deidijen zoodanig afgenomen, dat slechts de huidbekleedselen schijnen te zijn overgebleven , dan is de toestand ten hoogste bedenkelijk. (Zie 4.trophie.) Scrophuleuse en rachitische kinderen vermageren dikwijls aanmerkelijk, behouden echter steeds nog geruimen tijd een tamelijk gevuld aangezigt; valt eindelijk ook dit, en wel spoedig, in, dan heett men altijd voor het leven te vreezen. liet plotselijk verminderen in omvang van het ligchaam bij niet zeer kleine kinderen, vooral het spoedig invallen van den buik voert Löbiscii als karakteristiek teeken van het lieete waterhoofd aan. Daarentegen zoude men dikwijls bij slepende waterzucht der hersenholten , waarbij bet hoogere dierlijk leven op eenen lagen trap van ontwikkeling blijft, eenen zeer weligen groei waarnemen, altijd echter gepaard , met eenen veneus-Iymphatischen habitus. Een , met koortsverschijnselen gepaard , opgezet gezigt geldt als voorbode van eene lieete uitslagziekte. Indien bij het uitbreken der pokken , scarlalina of mazelen de zwelling der huidbekleedselen ontbreekt, of plotselijk verdwijnt , zijn dit ongunstige teekenen. Treedt eene dergelijke zwelling in liet afschilferingstijdperk van een der genoemde huiduitslagen , vooral van de scarlalina te voorschijn, dan volgt gewoonlijk huidwaterzucht. Ontstaat gedurende het verloop van laatstgenoemd uitslag zwelling der halsklieren, dan bereikt gewoonlijk de met deze ziekte gepaard gaande keelontsteking eenen verontrustenden graad. Eveneens beduidt de zwelling van het strottenhoofd in croup groot gevaar. Is de borst smal zamengedrukt, en de buik dik en breed , dan hebben wij het inet rhachitis te doen. Is de buik opgezet, gespannen , en geeft het kloppen met den vinger op denzelven eenen hollen toon, dan is de opzetting het gevolg van winden. Is de buik opgezet, vast en geeft bij de percussie geenen hollen, maar eenen matten toon, dan heeft men met opgehoopte vuile stoffen te doen ; vermageren te gelijkertijd de ledematen, dan is gewoonlijk de klierziekte in het spel. Waterzuchtige zwelling der ledematen , is zij gewoonlijk een kenteeken van groote zwakte, zooals b. v. na verzwakkende n doorloop; gaat zij met klier- en engelscheziekte verbonden, dan is gewoonlijk de voorbode van den spoedig volgenden dood. Een zeer aan merkelijke groei van het ligchaam is volstrekt niet altijd als een gunstig verschijnsel te beschouwen , en Berton heeft ten volle regt, wanneer hij zegt, dat daardoor dikwijls eene storing in het evenwigt der verschillende verriglingen wordt daargesteld.

Voor de diagnose is verder de navel een punt van aanbelang. d'Outrepont (1) heeft zich door veelvuldige in het werk gestelde metingen overtuigd, dat bij pasgeborenen , wanneer zij voldragen zijn , de navel zich juist in het midden van eene van dc kruin tot de voetzoolen getrokken lijn bevond. Was het kind daarentegen te vroeg geboren, dan stond de navel des te digter bij de voetzooien , hoe minder rijp het kind was. Ook de toestand van het aan het kinderlijk ligchaam terug blijvend stukje navelstreng is (vooral voor den geregtelijken geneesheer) van gewigt. Billard stelde daaromtrent het volgende: 1) het verdroogen van de navelstreng heeft slechts bij levende kinderen plaats;

(1) Gemeins. deutsehc Zeitschrift fiir Gcburtskunde. Bd. 1Y\ lift. 4. S. 1)38.

Sluiten