Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van even groot gewigt voor de onderkenning der kinderziekten is het onderzoek der drekstoffen. Bij pasgeboren kinderen valt het eerst na te gaan of zij dreksloffen ontlasten , of niet eene atresia ani aanwezig is, of de darmen in ecnen blinden zak verloopen, enz. Vervolgens dient de geneesheer te onderzoeken, of het meconium verwijderd is en of de ontlastingen natuurlijk zijn. Bij zuigelingen moet de stoelgang hooggeel, week zijn en dagelijks eenige malen volgen. Bijna altijd vindt men in denzelven kleine stukjes melk, hetgeen men niet als ziekelijk verschijnsel moet beschouwen. Bij ongemakken door winden veroorzaakt (zie het hoofdstuk over dezelve) zijn de ontlastingen groen. Blijft de stoelgang eenige dagen uit, dan hoopen zich de drekstoffen in de darmen op, en geven tol uitzetting van dezelve en later tot habituele verstopping aanleiding. Baakt het kind een doorschijnend, als het ware glasachtig, cenigzins bloederig gekleurd slijm kwijt, dan is dit een teeken van ontsteking der darmen ; bij diarrhae geven dergelijke ontlastingen eene gelijktijdige ontstekingachtige prikkeling van het geheele darmkanaal te kennen. In het laatste geval vindt men dikwijls de streek van den anus rood en ontstoken; dit is echter geen voldoend teeken van ontsteking der darmen (vooral van het colon), maar het wordt ook bij scherpe geaardheid der drekstoffen waargenomen. Met doorloop afwisselende verstopping, geeft eene ziekelijke aandoening van de glandulae meseraicae te kennen, en wordt bij febl is en tabcs meseraica, klierziekte, wormen en verslijming van het darmkanaal ■waargenomen. Hardnekkige verstopping, zonder spanningen hardheid van den buik , vooral wanneer dezelve met misselijkheid en braken gepaard gaat, en er geene vuile stoffen in de maag aanwezig zijn, doen voor het ontstaan van het waterhoofd vreezen.

Aan de gesteldheid van de urine wordt bij kleine kinderen gewoonlijk weinig waarde gehecht, om dat dezelve meestal in het bed vloeit, niet goed opgevangen kan worden en om dat dezelve bij het gebruik der moedermelk bijna altijd van dezelfde geaardheid is , namelijk bleek gekleurd en troebel. In eenige kwalen geeft dezelve echter oplossing omtrent ziekelijke aandoeningen. Wanneer b. v. de kinderen bij het wateren pijn te kennen geven, angstig schreeuwen, en daarbij met de voeten schoppen,

maag slechts weinig ontwikkeld is , en doordien hij vulling van dit ingewand de toegang tot den slokdarm niet zoo gemakkelijk als bij volwassenen, doorliet wentelen om deszelfs lengte-as bij deze laatste, afgesloten wordt. Bedenkt inen daarenboven , dat in jeugdige jaren en vooral voor het tijdperk der geslachtsrijpheid , bij de geringe ontwikkeling van hals en borst, de tegenwormsgewijze weg van het voedsel langs den slokdarm en het keelgat naar de mondholte niet slechts volstrekt, maar ook betrekkelijk korter is ; dat bij den zuigeling vooral mondholte en keelgat van onderen af meer van lieverlede in elkander overgaan , en dat hij zich eindelijk voornamelijk moet bepalen lol vloeibaar voedsel, in het bijzonder tot melk, dan ziet men boe door eene wijze inrigting alles zamenloopt, om eene door de omstandigheden zoo ligt ontslaande bedorven maag langs den koristen weg, dal is door braken, van datgene te ontlasten, wat te veel is gebruikt. Een zuigeling braakt dus met het grootste gemak. Met eene eenvoudige oprisping, met behulp cener sterkere uitademing, werpt hij een gedeelte der gebruikte melk uit, dikwijls zelfs, zonder dat hij door weenen eenig ongemak te kennen geeft. Vcrl.

Sluiten