Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en syphilitische , welke op het kind overgaan ; — en op den geestigen aanleg, de gemoedsgesteldheid , het temperament, de neiging en het karakter van het kind zoude men daardoor kunnen inwerken, dat de moeder iedere nadeelige neiging en gemoedsstemming zoekt, te onderdrukken , en in reinheid van ziel, liefde en goedaardigheid tracht uittemunten. Eindelijk zoude het op de schoonheid en regelmatigheid van den uitwendigen vorm van het kind invloed uitoefenen , wanneer men de zwangeren schoone vormen doet aanschouwen, daar, bij het onloochenbaar groote vermogen der verbeelding, de invloed van deze op den uitwendigen vorm van het kind wel mag worden aangenomen.

Wanneer wij nu alle deze opgaven in verband brengen met hetgeen wij over het telen, de voeding en vorming van het kind , en vooral over de verbinding van hetzelve met de moeder en de tusschen beide heerscliende verhouding weten, dan geraken wij wel is waar tot de zekere overtuiging , dat wij op verschillende wijze op het foetus kunnen inwerken ; doch dit inwerken zelf is geenszins zoo zeker, als het hierboven aangenomen is ; zoo zijn ons b. v. meerdere gevallen bekend , waarin vrouwen , die vroeger zeer zware verlossingen hadden doorgestaan, bij latere zwangerschap , om het kind klein te houden, zich deden aderlaten en de Leiiniurdsche gezondheidsdrank (iv) bij schrale kost gebruikten , doch juist dan de grootste en sterkste kinderen baarden. Voorondersteld echter, dat wij met meer zekerheid dc werking van ons geneesplan op het foetus zouden kunnen berekenen , dan zouden er echter, bij de geheel en al ontbrekende onderkenning van den pathologischen toestand van het foetus , slechts weinige gevallen voorkomen, waarin wij daarvan zouden kunnen gebruik maken. Zoo zoude het b. v. zeer verkeerd geoordeeld zijn, wanneer wij uit de sterke of zwakke bewegingen van het foetus tot de gezondheid of ziekte, sterkte of zwakte , hypertrophie of atrophie zouden willen besluiten, daar de ondervinding hiermede geheel en al in strijd is; evenzoo wanneer wij , bij waterzucht der moeder of bij eene andere ziekte van dezelve , eenen gelijken toestand bij het kind zouden vooronderstellen. Andere kwalen, b. v. longtering, klierziekte enz., bij welke zeer ligt de aanleg van de moeder op het kind overgaat, bieden gewoonlijk aan onze proeven tot genezing wederstand; ten minste zij kunnen in korten tijd niet worden opgeheven; en van daar komt het, dat zich aan onze proeven tot genezing der meeste ziekten van het foetus hinderpalen in den weg stellen, welke hier nog volstrekt niet behoorlijk zijn opgesomd.

Overweegt men dit alles, dan moet men naar ons inzien besluiten, dat de geneesheer, zoo als wij dit reeds vroeger te kennen gaven, het kind, hetwelk zich nog in het moederlijf bevindt, slechts daardoor voor ziekten kan beschutten , dat hij voor eene regelmatige levenswijze der moeder zorgt, daar de gezondheidsregels voor beiden noodzakelijk moeten zamengrijpen, en de gezondheid van het foetus grootendeels van het welzijn der moeder afhangt. Naar ons inzien is het derhalve de

(iv) In het laatst der vorige eeuw maakten vele zwangere vrouwen, vooral in Duitschland, van dezen toen geheimen drank een menigvuldig en vaak nadeelijj gebruik. Westrcmb vond later denzelven zamengesleld uil een afkooksel van fniclus tamarindoniin met bijvoeging van sulphas magnesia;, manna electa en svrup. rubi idaei. Vert.

9

Sluiten